De aankondiging op 21 augustus jongstleden verraste zowel door haar mogelijke reikwijdte als door haar gebrek aan details. In een gemeenschappelijke verklaring hebben de Verenigde Staten en de Europese Unie namelijk voor de eerste keer hun intentie geuit om wederzijds elkaars automobielnormen te erkennen. De stap gaat in de richting van een globalisering, en de gevolgen zouden zeer groot kunnen zijn voor zowel de industrie als de regelgevers.
Concreet zou deze wederzijdse erkenning toelaten dat een voertuig dat in de Verenigde Staten gebouwd en gehomologeerd is, ongewijzigd in Europa wordt verkocht. En omgekeerd. Een Ford F-150 zou dus de Europese wegen kunnen betreden zonder enige wijziging, net zoals een Volkswagen Golf op de Amerikaanse markt zou kunnen verschijnen zonder aanpassing aan de lokale standaarden.
Ter herinnering: om een Amerikaanse wagen aan te passen aan Europa moet men vooral het verlichtingssysteem wijzigen (asymmetrische koplampen, witte stadslichten, achterste mistlamp, oranje richtingaanwijzers) en de kilometerteller (aanduiding in km/u). Bepaalde aanpassingen kunnen ook betrekking hebben op de vervuiling (uitlaat- en injectiesysteem, emissies), het geluid, de spiegels of nog de veiligheidsvoorzieningen zoals de gordels, onder andere. Men kan het raden: voor de constructeurs zouden de besparingen aanzienlijk zijn, want zij zouden zich ontdoen van een dubbele homologatie die vaak duur en tijdrovend is.
Advertentie – lees hieronder verder
Nog lopende gesprekken?
Maar volgens verschillende bronnen blijft deze verklaring voorlopig slechts een loutere politieke intentie zonder enige bindende waarde. “Het is een doel waar beide partijen naartoe willen werken,” vatte Jennifer Smith-Veluz samen, een in internationaal handelsrecht gespecialiseerde advocate, geïnterviewd door Automotive News Europe. De weg naar een concrete toepassing is dus nog lang, want er zijn een boel technische, juridische en diplomatieke uitdagingen.
Terwijl dit vooruitzicht de sector als muziek in de oren klinkt, baart het andere Europese actoren zorgen. De automobielveiligheidsnormen zijn immers niet dezelfde aan beide kanten van de Atlantische Oceaan. Waar de Verenigde Staten de nadruk leggen op de bescherming van de inzittenden van het voertuig, schenkt Europa bijzondere aandacht aan de veiligheid van andere weggebruikers, met name de voetgangers. Dat vertaalt zich in specifieke vereisten zoals vervormbare motorkappen of extra airbags.
Sommigen beschouwen deze wederzijdse erkenning als een achteruitgang, en beweren dat de Europese Unie de waakzaamheid inzake verkeersveiligheid heeft laten zakken. En dat vloeit niet voort uit een technische kwestie, maar uit een politieke keuze die ervoor heeft gekozen de handelsstroom te bevoordelen. De Amerikaanse standaarden zijn in ieder geval minder streng dan de Europese wat bepaalde rijhulpsystemen betreft. Als de zaken concreet worden, zouden wij mogelijk sommige verplichte rijhulpsystemen zien verdwijnen, zoals snelheidswaarschuwingen of rijstrook-waarschuwingen die menig bestuurder ergeren.
Ook het milieu
Naast de veiligheid zijn ook de milieunormen anders aan beide kanten van de Atlantische Oceaan. Tot nu toe toonden de Verenigde Staten zich strenger op stikstofoxiden, terwijl de Europese Unie zich vooral richt op de CO2-uitstoot. Een voertuig dat voldoet aan de federale Amerikaanse normen beantwoordt dus niet automatisch aan de Europese eisen, en omgekeerd. Maar ook hier kan men niets voorspellen, temeer daar de regering-Trump bezig is de Amerikaanse milieunormen terug te schroeven, met name de Californische, die bekend staan als strenger dan in de andere staten.
Zoals te verwachten valt, doen ook verkeersveiligheids- en milieu-instanties hun zeg hierover. Maar voorlopig spreekt de Commissie slechts over een wil om het “transatlantisch handelsverkeer te vergemakkelijken” zonder evenwel een spoedige afstemming van de normen te bevestigen. Wordt vervolgd.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be