Begin jaren 2010 leek waterstof een veelbelovende piste om de autosector te verduurzamen: geen uitlaatemissies, een grote actieradius én tanken in enkele minuten (net als bij een klassieke verbrandingsmotor). Op papier leek de brandstofcel de ideale oplossing. Maar vijftien jaar later is de realiteit anders: in België rijden amper 92 waterstofauto’s rond. Slechts twee merken, Toyota en Hyundai, bieden ze aan. Kunnen we nog rekenen op waterstof? Dat is allesbehalve zeker. Opvallend: in de Europese plannen voor alternatieven op de verbrandingsmotor komt H2-technologie haast niet meer voor.
De verklaring is eenvoudig: de terugval van de waterstofauto is het gevolg van strategische keuzes in de industrie en energiesector. Hoewel waterstof op vlak van gebruik zeker overtuigt, heeft de technologie vooral de efficiëntieslag verloren van de batterij-elektrische auto.
Rampzalig energierendement
De technische achilleshiel van waterstof ligt in het lage totaalrendement. Waterstof is geen energiebron, maar een drager en dat maakt het proces omslachtig. Eerst moet elektriciteit worden opgewekt, vervolgens omgezet in waterstof, daarna gecomprimeerd of vloeibaar gemaakt, getransporteerd, en ten slotte in het voertuig weer omgezet in elektriciteit via een brandstofcel. Elke stap kost energie, en dat tikt snel aan.
Advertentie – lees hieronder verder
Het totale rendement van een waterstofauto (‘van bron tot wiel’) lijdt onder een reeks opeenvolgende energieverliezen in de hele keten. Het begint al bij de productie: bij groene waterstof (via elektrolyse van water) gaat zo’n 30% van de elektriciteit verloren, met een rendement van 65 à 70%. Daarna volgt de energie-intensieve stap van compressie (tot 700 bar) of het vloeibaar maken voor transport en opslag, goed voor nog eens 10 à 15% verlies. In de wagen zelf wordt de waterstof omgezet in elektriciteit via een brandstofcel met een rendement van 55 tot 60%. De rest gaat verloren als warmte. De opgewekte stroom stuurt vervolgens de elektrische motor aan, met nog een klein verlies van 5 à 10%. Alles opgeteld komt het totale rendement uit tussen 25 en 30%. Met andere woorden: slechts een kwart tot een derde van de oorspronkelijke energie bereikt effectief de wielen. De rest verdwijnt tijdens elke fase van de waterstofketen.
Sommige experts gaan zelfs verder en stellen dat het werkelijke rendement nog lager ligt. Zo wijst Patrick Debal, specialist in aandrijflijnen en voormalig topman bij Punch Powertrain, in een interview met de VRT op de opeenstapeling van energieverliezen. Volgens hem zakt het totale rendement van een waterstofauto naar amper 15%, terwijl een batterij-elektrische wagen vlot boven de 70% scoort.
Die realiteit heeft de deur naar een brede doorbraak van de waterstofauto stilaan dichtgegooid, niet in het minst omdat de prijs per kilo waterstof hoog blijft. In België vormt die prijs nog steeds een flinke drempel voor het grote publiek. Aan de pomp betaal je gemiddeld zo’n 10 euro per kilo, in de schaarse tankstations die publiek toegankelijk zijn (maar drie operationeel in het hele land op het moment van schrijven). Met een gemiddeld verbruik van ongeveer 1 kg per 100 km, afhankelijk van het model, liggen de gebruikskosten minstens even hoog als die van een wagen met verbrandingsmotor, vaak zelfs hoger. En vergeleken met een batterij-elektrische auto is waterstof vandaag nog een flink stuk duurder.
Verschuiving naar batterijen
Ook de technologische sprongen in batterij-autonomie verklaren waarom de interesse in waterstof is teruggevallen. “Zolang batterijen beperkt bereik boden, bleef waterstof relevant”, zegt expert Patrick Debal. “Maar met modellen als de Tesla Model 3 is die noodzaak verdwenen.
Intussen hebben verschillende autobouwers hun waterstofplannen stilgelegd. Stellantis trok zich volledig terug, andere spelers zetten hun programma’s on hold. Volgens William Todts, directeur van Transport & Environment (T&E), is de koers nu definitief bepaald: de industrie, investeringen en productievolumes focussen zich volledig op batterij-elektrische voertuigen. Een heropleving van waterstof? Economisch gezien nauwelijks nog denkbaar.
Toch blijven Toyota, Hyundai en BMW vasthouden aan waterstof, maar wel met een realistische boodschap: geen wondermiddel voor iedereen, maar een gerichte aanvulling. Zo ziet Toyota vooral potentieel in professionele wagenparken, waar waterstof enkele duidelijke voordelen biedt: een grote actieradius, snel tanken en kleinere batterijen. Ook voor zware toepassingen zoals vrachtvervoer, spoorwegen of scheepvaart, waar batterijen minder efficiënt zijn, blijft waterstof relevant. Experts zijn het eens: waterstof heeft wel degelijk een toekomst maar niet waar we die eerst verwachtten. Tenzij er drastische innovaties komen, zullen particuliere bestuurders er waarschijnlijk aan voorbijgaan.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be