Wie vanaf 1 januari 2027 een voertuig wil inschrijven, zal de kostprijs van de nummerplaat meteen bij de aanvraag betalen en niet langer bij de levering aan huis, zoals vandaag het geval is. Die wijziging maakt deel uit van een nieuwe overheidsopdracht die door het kabinet van minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke (Les Engagés) werd voorgesteld na goedkeuring door de ministerraad.
De opdracht werd voor vijf jaar toegewezen aan Speos, een dochteronderneming van Bpost, met de mogelijkheid tot een verlenging van één jaar. Daarmee komt een einde aan een concessiesysteem dat al vijftien jaar bestond en tot vandaag eveneens door Bpost werd beheerd.
Volgens minister Crucke betekent de hervorming een betere dienstverlening, meer veiligheid en een efficiënter beheer van publieke middelen. Hij verwijst daarbij naar een verbetering van het federale begrotingssaldo met bijna 15 miljoen euro over de volledige looptijd van het contract. Maar klopt dat ook?
Wie ontvangt het geld?
Vandaag levert de postbode de nummerplaat aan huis en ontvangt hij daarbij de 30 euro die de automobilist verschuldigd is. Vanaf 2027 zal de overheid dat bedrag al innen nog vóór Speos de plaat heeft geproduceerd.
Advertentie – lees hieronder verder
Op het eerste gezicht lijkt die wijziging dus weinig te maken te hebben met een betere controle op de inkomsten. Toch zit daar precies de kern van de zaak. Vandaag passeert het geld eerst via de concessiehouder vooraleer het bij de overheid terechtkomt. En net daar stelde het Rekenhof al in 2022 vragen bij.
De conclusie was duidelijk: een deel van de inkomsten vond nooit of veel te laat zijn weg naar de staatskas, zonder dat daar echt tegen werd opgetreden. Boetes voor laattijdige betalingen werden nooit toegepast, terwijl die volgens het Rekenhof goed waren voor meer dan 2 miljoen euro aan gemiste inkomsten per jaar.
De nieuwe procedure moet ervoor zorgen dat die geldstroom voortaan beter wordt gecontroleerd. Want de bedragen waarover het gaat, zijn allesbehalve verwaarloosbaar.
Welke waarde voor de Belgische staat?
Hoe groot is de financiële inzet eigenlijk voor de Belgische staat? Volgens cijfers van Febiac en Traxio werden in 2025 in België 414.771 nieuwe auto’s en 734.165 tweedehandswagens ingeschreven. Samen goed voor 1.148.936 voertuigen. Elke nieuwe inschrijving vereist een nummerplaat op naam van de houder. Aan 30 euro per plaat levert dat alleen al ongeveer 34,5 miljoen euro bruto-inkomsten op voor één jaar.
Daar komt nog een tweede, minder zichtbare inkomstenbron bovenop: gepersonaliseerde nummerplaten. Die kosten 1.000 euro voor de reservatie, boven op de standaardprijs van de nummerplaat zelf. In 2023, het laatste volledige jaar waarvoor de FOD Mobiliteit officiële cijfers publiceerde, kozen 13.286 automobilisten voor een gepersonaliseerde plaat. Dat vertegenwoordigt nog eens ongeveer 13,3 miljoen euro extra inkomsten.
Volgens onze berekeningen komt de totale opbrengst van het Belgische nummerplatensysteem daarmee uit op ongeveer 47,8 miljoen euro per jaar.
Minder lekken in de begroting
Hoewel de hervorming op zich verdedigbaar is, past ze duidelijk binnen een bredere strategie om inkomstenverlies voor de overheid te beperken en budgettaire lekken te dichten.
De vraag blijft natuurlijk waar de bijkomende middelen uiteindelijk terechtkomen. Wellicht niet rechtstreeks in het onderhoud van onze wegen. Voor automobilisten verandert er in elk geval één heel concreet aspect: de rekening komt voortaan vroeger dan vandaag.
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief