Niet lang geleden hadden we het over het omgekeerde, namelijk vijf topwagens die een betere motor verdienden. Dit keer ligt het iets anders: het gaat hier niet om vijf matige auto’s met een schitterende motor, maar vooral om een compleet verkeerde toepassing van een legendarische krachtbron – soms zelfs een technisch meesterwerk.
Alfa Romeo 3.2 ‘Busso’ V6
De V6 van Alfa Romeo, bijgenaamd Busso als eerbetoon aan de ingenieur die hem ontwierp, is zonder overdrijven een van de meest opwindende motoren aller tijden. Hij reageert scherp, draait soepel en klinkt heerlijk brutaal, met een toon die van laag naar hoog zwelt. En het oog kreeg ook wat: in zijn laatste versies was het simpelweg een schoonheid, met zijn prachtige verchroomde inlaatspruitstukken.
Aan het begin van zijn carrière kreeg hij nog een passend podium onder de motorkap van modellen die het volle potentieel van dit meesterwerk benutten, zoals de 75, SZ of GTV6. Maar daarna ging het bergaf. Alfa Romeo moest overschakelen op de platformen van moederhuis Fiat. Daardoor werd de motor dwars geplaatst en dreef hij alleen de voorwielen aan. Geen ideale combinatie voor een motor met zoveel temperament, zeker niet in zijn ultieme versie van 3,2 liter en 250 pk. Wat hadden de 147 en 156 GTA indrukwekkend kunnen zijn met achterwielaandrijving...
Advertentie – lees hieronder verder
Daimler 4.5 V8
In de jaren vijftig had het Britse Daimler een helder moment door het ontwerp van een nieuwe motor toe te vertrouwen aan Edward Turner. Die haalde zijn inspiratie uit de motorwereld en ontwikkelde een V8 met cilinderkoppen in lichtmetaal en hemisferische verbrandingskamers, ronduit revolutionair voor die tijd. Er kwamen twee versies: een kleinere van 2,5 liter met 140 pk en een grotere van 4,5 liter met 220 pk.
Het is vooral die laatste die onze aandacht verdient, want zijn vermogen was destijds ronduit indrukwekkend. Levendig én soepel: deze motor zou schitterend tot zijn recht zijn gekomen in een GT. Helaas belandde dit pareltje onder de motorkap van een zware en anonieme berline met weinig commercieel succes: de Majestic Major. En het wordt nog erger… Hij werd alleen aangeboden met een drietrapsautomaat, die zijn potentieel volledig smoorde.
Cadillac ‘Northstar’ V8
Amerikaanse V8-motoren zijn achterhaald? Niet deze. Begin jaren negentig stelde Cadillac een gloednieuwe V8 voor: de Northstar. Een waar stukje vakmanschap: volledig in aluminium, met vier bovenliggende nokkenassen en 32 kleppen. De specificaties deden niet onder voor de beste Europese motoren van die tijd.
Als product van General Motors verwacht je hem misschien in een vurige Corvette? Mis! Ondanks zijn vermogen (275 pk voor de 4,6-liter) werd hij vooral ingezet in zware Cadillacs met voorwielaandrijving en een viertrapsautomaat… Geen droomcombinatie voor zo’n verfijnde motor. Hij kwam ook in een versie met compressor terecht in de XLR, een cabrio met afneembaar dak, maar een écht sportief onderkomen kreeg hij nooit. En dan waren er ook nog wat betrouwbaarheidsproblemen in de beginjaren. Niets onoplosbaars, maar genoeg om zijn carrière geen vlotte start te geven.
Ferrari-Lancia V8
Om het almaar krachtiger wordende Duitse geweld te counteren, lanceerde Lancia in 1986 een topversie van de Thema: de 8.32, goed voor 8 cilinders en 32 kleppen. De herkomst van de motor werd met trots vermeld op het kleppendeksel: Lancia by Ferrari. De krachtbron was afgeleid van die van de Ferrari 308 GTB, maar kreeg wel heel wat aanpassingen. Zo werd onder meer de krukas vervangen, wat de ontstekingsvolgorde veranderde en de motor liet klinken als een woeste Amerikaanse V8. Met de juiste uitlaat had hij een nog meeslependere stem en tegelijk draaide hij zachter en verfijnder. Een parel van 215 pk.
Maar jammer genoeg... moest hij zijn werk doen via de voorwielaandrijving van de Thema. En hoewel Lancia er alles aan deed om het vermogen beheersbaar te houden, had deze motor veel liever in een lichte GT met 2+2-zitplaatsen gezeten, waar hij vrijer kon ademen. Al moeten we eerlijk zijn: die Thema 8.32 blijft hoe dan ook een indrukwekkend beestje.
BMW ‘S85’ V10
BMW-liefhebbers zullen het ons misschien kwalijk nemen dat deze motor in dit lijstje opduikt. Terecht? Misschien wel, want dit technisch juweeltje lag in wat velen zien als een van de meest karaktervolle M5’s ooit: de E60, zijn breakvariant M5 Touring (E61) en ook de coupé en cabrio van de M6 (E63/E64). Wat kreeg je? Een rode zone bij 8.250 tr/min, meer dan 500 pk en vooral een donkere grom die bij het klimmen in toeren overging in een kristalheldere schreeuw. Een unieke ervaring, zeker in een berline!
Waarom dan tóch een plaats in dit lijstje? Simpel: deze motor verdiende een lichter koetswerk. Denk aan een coupé met middenmotor in de stijl van de M1. In deze zware modellen voelde je het gebrek aan koppel bij lage toeren. En misschien nog erger: in Europa werd hij uitsluitend geleverd met een gerobotiseerde zevenbak (SMG), een weinig verfijnde versnellingsbak… Tot slot had BMW ook wat robuustere drijfstanglagers mogen monteren.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be