Carroll Shelby, voormalig racepiloot, bekend van zijn overwinning op Le Mans in 1959 met Aston Martin, trok zich in 1960 terug uit de racerij. Hij richtte zich toen op het creëren van een Amerikaanse sportwagen die kon concurreren met de beste Europese modellen. Ook James Edward Hugus was een ervaren autocoureur (een van de weinige Amerikanen die tien keer aan Le Mans deelnam). Hij had in 1952 zijn concessie European Cars geopend in Pittsburgh.
Allebei maakten ze deel uit van de Amerikaanse racecommunity na de oorlog. Zo kwamen ze elkaar vaak tegen op het circuit. Het was trouwens in Le Mans, in 1959, dat ze voor het eerst spraken over Shelby’s sportwagenproject. Hugus stelde toen voor om het Britse model AC Ace, een roadster die dringend een nieuwe motor nodig had, verder te ontwikkelen. Shelby dacht meteen aan de compacte nieuwe V8 van Ford, maar had geen geld en geen faciliteiten om de productie te starten. Ed Hugus werd vanzelfsprekend Shelby’s bondgenoot: hij ging het project promoten, financieren en hielp zelfs mee aan de bouw van de eerste Cobra’s. Die samenwerking legde de basis voor het succesverhaal van de Shelby Cobra.
Een duwtje in de rug
Hugus bestelde het eerste lot aangepaste AC Ace-chassis en liet die naar zijn concessie in Pittsburgh verschepen. Begin 1962 begonnen zijn beste mecaniciens met het inbouwen van krachtige Ford V8-motoren van 260 cubic inch en Borg Warner-transmissies met vier versnellingen in deze Britse aluminium carrosserieën. Zo werd de commerciële lancering van de allereerste Shelby Cobra’s werkelijkheid.
Advertentie – lees hieronder verder
Hugus financierde persoonlijk de eerste zeven Cobra’s en maakte daarmee de droom van Shelby waar. Hij werd de allereerste Cobra-dealer en verdeler voor de oostkust van de VS. De eerste Cobra, de CSX 2001, werd afgewerkt en verkocht in de garage van Hugus. De volgende exemplaren, waaronder de chassisnummers CSX 2003 tot CSX 2007, werden ook geassembleerd bij European Cars in Pittsburgh, tot Shelby zijn hoofdzetel vestigde in Venice, Californië. Deze vroege inspanningen waren cruciaal voor het succes van de Cobra: ze gaven Shelby tijd om officiële steun van Ford te krijgen en legden het fundament voor de latere successen van Shelby American, op het circuit én op de openbare weg.
Als bouwpakket
Een van die wagens, de Cobra met chassisnummer CSX 2003, wordt een van de blikvangers op de komende veiling van Broad Arrow Auctions, die plaatsvindt op 13 en 14 augustus in het Monterey Jet Center. Volgens het register van de Shelby American Automobile Club werd de CSX 2003 op 27 juli 1962 gefactureerd aan Shelby American en vervolgens per schip naar New York verzonden, in het wit gespoten met een rood interieur.
Het chassis, de transmissie en het montagepakket werden daarna verkocht voor 4.995 dollar aan Ed Hugus’ European Cars in Pittsburgh, Pennsylvania, waar de auto werd afgewerkt in zijn werkplaats – een van de eerste Cobra’s uit serieproductie. Dit prototype was uitgerust met een viertrapscarburator van Holley, voetsteunen en zilverkleurige spaakwielen van 5,5 inch.
Verzonden naar Ford
Volgens een Cobra-specialist werd deze auto ooit naar Ford gestuurd voor inspectie, waarbij niemand minder dan Henry Ford II zelf ermee zou gereden hebben. Zeker is dat de wagen het jaar daarop deelnam aan de 12 Uren van Sebring en daarna bij verschillende eigenaars belandde. Opmerkelijk: de huidige eigenaar heeft hem al 36 jaar in zijn bezit. Hij gebruikte de wagen jarenlang bijna dagelijks om naar het werk te rijden, maar zette hem uiteindelijk op stal toen de waarde ervan astronomisch begon te stijgen. Leuke anekdote: hij kreeg ooit de kans om Carroll Shelby persoonlijk te ontmoeten, die de auto officieel erkende en zijn handtekening op het dashboardkastje plaatste. Deze Cobra wordt momenteel geraamd tussen de 1,28 en 1,7 miljoen euro.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be