Een batterij waarmee je in één teug naar van Brussel naar Madrid rijdt. Een elektrische rivaal voor de Porsche 911, met artificiële intelligentie aan het stuur. Duizend (!) exposanten. Een lawine aan nieuwe modellen - Chery alleen al onthulde er 53. Dat de thuismatch op het Autosalon van Shanghai voor de Chinese merken op een demonstratie zou uitdraaien van de pijnlijk verschoven machtsbalans in de auto-industrie, voelde je van mijlenver aankomen.
Jong en gepassioneerd
In Europa sluiten autosalons de deuren. In Shanghai barstte een feest los waar wij in tien jaar alleen maar van konden dromen. En naast de innovatiekoorts en de duizelingwekkende storm aan modellen noteerden waarnemers vooral een groot enthousiasme onder de bezoekers. Niet alleen lieten deze zich gretig meevoeren door de nieuwe wind van elektrisch en digitaal rijden, ze zijn jong én gepassioneerd. De cijfers ondersteunen die perceptie. In Europa is de gemiddelde autokoper 55 jaar, in China is hij twintig jaar jonger.
Dat de Europese merken technologisch steeds harder uit het wiel worden gereden door hun Chinese rivalen, betekent niet dat ze het pleit bij voorbaat gaan verliezen. Veel Chinese merken zullen trouwens kapot groeien. De Chinese professor Zhu Xican voorspelt nu al dat Nio, Xpeng en Li Auto weinig overlevingskansen hebben, omdat ze de torenhoge R&D-kosten die al die hoogtechnologie vraagt, niet kunnen blijven voorschieten. Dan ga je failliet.
Advertentie – lees hieronder verder
Prijzenslag pareren
De tussentijdse hoop voor Europese merken schuilt momenteel in elektrische retromodellen. Het pad dat al werd geëffend door de elektrische Mini Cooper, Fiat 500 en VW ID. Buzz wordt nu ook verzilverd door Renault dat met zijn 5 E-Tech doorstoot in de top vijf van best verkochte elektrische auto’s in Europa. Retro-elektriciteit is het neongekleurde schild waarmee Europa de gesubsidieerde prijzenslag uit China pareert.
Het werkt. En we mogen er blij om zijn dat onze merken hun heritage kunnen inzetten om een dam te werpen. Want je kunt een verbrandingsmotor en een ophanging wel reverse engineeren met een paar Chinese ingenieurs die werkweken van 70 uur kloppen, maar geen erfgoed. Geen emotie. En zelfs onder de stroom van jongeren die door de expohallen van Shanghai struinden, zit er amper eentje te wachten op een heruitgave van een Hongqi (China’s oudste automerk) uit midden de jaren 60. Als er één zwak punt te noteren viel op de persdagen van het Chinese salon, was het wel design. Zelfs rijstkorrels vertonen meer onderscheid dan de verpakkingen van deze of gene Jetour, Nio, Xiaomi, Changan en noem maar op.
Zekerheid en tijdloosheid
Retro betekent daarom meer dan de marketingtoef waarmee automerken hun nog te dure batterijmodellen willen slijten. De aantrekkingskracht schuilt in de zekerheid die het herbergt. Retro brengt ons terug naar de tijd dat we het gevoel hadden dat alles onder controle was. Geen pijn van verandering. En het maakt ons week, omdat we het aaibaar vinden.
Bekende designers zoals Frank Stephenson, alias de peetvader van de nieuwe Fiat 500, verklaren ook waarom retro niet passé is. Ze zeggen dat de eenvoudige lijnen daarvan veel langer leven - langer dan de politici die de automarkt naar hun hand willen zetten. Maar dat heimwee verkoopt, betekent niet dat het onze merken immuun zal maken tegen de Chinese armada. Retro koopt ons gewoon de broodnodige tijd om onze westerse automerken de kans te geven zelf uit te groeien tot disruptieve spelers. Achteruitgaan is niet altijd stilstaan. Dus ja, laat de herontdekking van het Goud van Oud nog maar eventjes duren.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be