Vijf keer meer laadpunten in vijf jaar tijd. Dat cijfer maakt indruk, maar de studie die de lobbyorganisatie Transport & Environment (T&E) net heeft gepubliceerd, werpt een lastigere vraag op: groeit die infrastructuur echt op een doordachte manier, of dient ze vooral om gerust te stellen? In Europa is vandaag één op de vijf nieuwe auto’s elektrisch. In België is dat meer dan één op de drie (38% van alle nieuwe auto’s in de eerste helft van 2026). Kan het laadnetwerk dat tempo volgen?
Race tegen de klok
Volgens T&E, de ngo die zich inzet voor duurzame mobiliteit, telde Europa eind 2025 1,1 miljoen laadpunten, tegenover vijf keer minder in 2020. En daar stopt het niet: de sectorfederatie ChargeUp Europe verwacht zelfs 2,1 miljoen laadpunten tegen 2030. Op het hoofdwegennet, waar om de 60 km een snellader beschikbaar moet zijn, voldeed in juni 2026 al 79% van de trajecten aan de doelstelling. Dat blijkt ook uit een onafhankelijke analyse van CleanTechnica, die in dezelfde periode verscheen.
In West-Europa is het resultaat bijna perfect, met 99% conformiteit. Maar zoals je kunt verwachten, zijn er ook minder goed bediende regio’s. Vooral Oost-Europa en Spanje kampen nog met een te dun netwerk. Paradoxaal genoeg halen net die regio’s hun achterstand het snelst in: in amper achttien maanden steeg Polen van 20 naar 59% conformiteit op datzelfde netwerk. Dat plaatst het idee van een moeilijk inhaalbare achterstand in perspectief. Volgens T&E volstaat een gerichte upgrade van slechts 70 stations (22 in Spanje, 11 in Polen en 7 in Roemenië) om de Europese conformiteit op te trekken tot 90%.
Advertentie – lees hieronder verder
Keerzijde van de medaille
Maar statistieken vertellen niet het hele verhaal. T&E wil het enthousiasme ook temperen. Er blijven uitdagingen op het vlak van gebruiksgemak en prijstransparantie, vooral voor bestuurders die in een appartement wonen en volledig afhankelijk zijn van publieke laadpunten. Met andere woorden: het aantal laadpunten garandeert noch een eenvoudige laadervaring, noch een duidelijke prijs. Bovendien kan een laadpunt wel op de kaart staan, maar door technische problemen of storingen toch niet bruikbaar zijn. En ook de verzadiging van de elektriciteitsnetten mag je niet vergeten. Die vergen enorme investeringen om de verdere groei mogelijk te maken.
Grote regionale verschillen
En hoe zit het in België? Beschikken we over een efficiënt en evenwichtig netwerk? Eind juni 2026 telde België volgens de federatie EV Belgium 126.045 publieke laadpunten, zo’n 20.000 meer dan eind vorig jaar. Dat komt neer op een groei van 20% in amper zes maanden. Alleen blijft de regionale verdeling erg ongelijk: 82.356 laadpunten in Vlaanderen, tegenover 14.191 in Wallonië en 10.130 in Brussel (cijfers eind 2025). Dat heeft ook te maken met de ruimtelijke context. In Vlaanderen wonen mensen dichter bij elkaar, waardoor ze vaker afhankelijk zijn van een publiek laadpunt. In Brussel is de beschikbare ruimte beperkter en ligt de nadruk op slim laden aan de rand van wijken in plaats van op zoveel mogelijk laadpunten.
In Wallonië is het netwerk in vier jaar tijd vertienvoudigd en telt het intussen 2.353 snelle en ultrasnelle laadpunten. Op 1 juli nam ENGIE Vianeo de eerste laadstations van een regionale concessie in gebruik. Die moet de komende twee jaar nog eens 3.165 extra laadpunten opleveren. Een goede zaak, al blijft de regionale kloof aanzienlijk. Toch kun je stellen dat je vandaag overal in België kwalitatief openbaar kunt laden.
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief