HVO – voluit Hydrotreated Vegetable Oil – klinkt als brandstof veelbelovend. Volgens officiële berekeningen kan het tot 96 procent minder CO₂ uitstoten dan klassieke diesel. Bovendien werkt het zonder ingrijpende aanpassingen in dieselmotoren, zodat een bestaand wagenpark probleemloos kan overschakelen. Van de injectoren tot de pompen, door de sterk vergelijkbare chemische eigenschappen is er eigenlijk geen verschil met de B7-diesel die we normaliter uit de pomp halen. Meer zelfs, door de properdere verbranding wordt de roetfilter minder belast waardoor hij langer meegaat.
Dat is meteen ook de reden waarom zoveel automerken hun motoren hebben gecertificeerd voor groene diesel. In ons land blijft het gebruik vooral beperkt tot het zwaar vervoer - en ook daar is het een niche -, maar in Duitsland bijvoorbeeld is het steeds vaker voorradig aan tankstations voor personenwagens en in Nederland wordt het gesubsidieerd zodat het ingang kan vinden.
Belemmering
HVO is een dieselvervanger gemaakt van afvaloliën, frituurvet, dierlijke vetten of andere restafvalstromen. Dat hergebruik maakt de brandstof duurzaam. De voornaamste beperking is dat grootschalige productie niet eenvoudig is. De voorraad is beperkt en dat zorgt er onder meer voor dat de kost hoger uitvalt. Met een prijs van 2,9 euro per liter is het in België een dikke euro duurder dan B7-diesel.
Advertentie – lees hieronder verder
Eigenaardig genoeg groeit met de opkomst van groene diesel ook de weerstand vanuit groene hoek. De Duitse milieulobby DUH - maar ook Transport & Environment - ziet de brandstof niet zitten en nadat ze eerder aan de bel trok, bestelde ze nu een studie bij het Institut für Energie- und Umweltforschung (ifeu) om hun gelijk aan te tonen. Deze zou bewijzen dat de brandstof indirect leidt tot ontbossing en methaanuitstoot, twee fenomenen die de CO2-uitstoot juist aanjagen.
Overdreven?
Het idee is eenvoudig: door de schaarste koopt Europa steeds meer gebruikt frituurvet uit Azië op. Maar als reactie moet palmolie daar de leemte vullen. En die palmolieproductie staat bekend om kaalslag in regenwouden. Wetenschappers echter vinden dat scenario overdreven. Gebruikte frituurvetten worden in Azië meestal gewoon verbrand, wat extra emissies oplevert. Door ze in HVO om te zetten, vermijd je net die vervuiling; luidt hun redenering.
Een tweede punt van kritiek gaat over POME, het afvalwater van palmmolens dat voor de aanmaak van groene diesel wordt ingezet. Dat kan in open vijvers gaan gisten en zo methaan uitstoten – een broeikasgas dat tachtig keer sterker is dan CO₂. Volgens de DUH is dat het bewijs dat HVO helemaal niet groen is. Maar energie-experts counteren dat dit afvalwater zelden in aanmerking komt voor brandstofproductie nádat het vergist is. Net door POME meteen te verwerken tot HVO, vermijd je die methaanuitstoot. Met andere woorden: het is eerder een deel van de oplossing dan van het probleem.
Grondstoffen traceren
“Gebruik je dat afval goed, dan haal je ruim 90 procent broeikasgasbesparing”, zegt Thomas Willner, professor aan de hogeschool van Hamburg. Hij wijst erop dat nieuwe grondstoffen, zoals olie uit de jatrophaplant die groeit op arme bodems en niet eetbaar is, het potentieel nog groter maken.
De discussie leeft in Duitsland, maar achter de schermen woedt een andere strijd. Duitsland wil de Europese doelstellingen uit de nieuwe energierichtlijn vooral halen met elektrische auto’s. Een brandstof die wél in bestaande wagens werkt en tegelijk CO₂ bespaart, zoals HVO, kan die strategie onder druk zetten of vertragen. Vandaar dat de DUH veel bijval krijgt van voorstanders uit de e-mobility-sector. Maar welke energiebron ook, het is duidelijk dat de herkomst van de grondstoffen een steeds grotere rol speelt in de transitie.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be