Negen maanden, zo lang had de Vlaamse regering nodig om een conceptnota om te zetten in een definitieve hervorming van de autokeuring. Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) kreeg groen licht voor haar plan, dat ze al in maart voorstelde als een terugkeer naar de Europese minimumnormen na jaren van strengere Vlaamse regels. Volgens de parlementaire documenten moet de hervorming niet alleen de kosten drukken, maar ook de grote druk op de keuringscentra verlichten.
Om de twee jaar naar de keuring
Vanaf 1 september 2026 moeten alle personenwagens ouder dan vier jaar nog maar om de twee jaar naar de autokeuring, ongeacht hun leeftijd of kilometerstand. De huidige jaarlijkse keuring vanaf tien jaar of 160.000 kilometer verdwijnt volledig.
De maatregel geldt niet alleen voor personenwagens. Ook bestelwagens en lichte bedrijfsvoertuigen vallen onder de nieuwe regeling, al wordt die tussen 2026 en 2028 geleidelijk ingevoerd.
Advertentie – lees hieronder verder
Taxi's en ambulances moeten voortaan nog slechts jaarlijks worden gekeurd in plaats van om de zes maanden. Hetzelfde geldt voor snelle landbouwvoertuigen van categorie Tb en voor kermisvoertuigen, die eveneens overschakelen naar een tweejaarlijks keuringsritme. Autobussen zullen nog maar één keer per jaar worden gecontroleerd in plaats van om de drie of zes maanden, wat in de sector nu al vragen oproept over de veiligheid van passagiers.
Trekhaken, gebreken en langere termijnen
Ook technisch verandert er heel wat. Zo is een aparte keuring na de montage van een trekhaak niet langer nodig. Voertuigen met een trekhaak volgen voortaan dezelfde keuringsfrequentie als alle andere voertuigen. Indien nodig ontvangt de eigenaar automatisch een aangepast keuringsbewijs.
Bij een zwaar gebrek wordt de hersteltermijn bovendien verlengd van vijftien dagen naar twee maanden. Dat is een aanzienlijke versoepeling die vragen oproept. Het voorlopige keuringsbewijs van drie maanden bij een klein gebrek of administratieve onregelmatigheid verdwijnt. In de plaats komt meteen een normaal geldig keuringsbewijs, zonder de korte herkeuringstermijn die vandaag nog geldt.
Nog een vereenvoudiging: het verzekeringsbewijs hoeft niet langer aan het loket van het keuringscentrum te worden voorgelegd. Die controle gebeurt al via federale databanken en ANPR-camera's.
Overgangsregeling
Let wel: de nieuwe regels gelden niet voor iedereen vanaf dezelfde dag. Dat is een detail dat heel wat automobilisten dreigen te missen.
De nieuwe keuringsfrequentie geldt pas vanaf de eerstvolgende periodieke keuring én alleen wanneer het huidige keuringsbewijs op dat moment nog geldig is. Wie zijn wagen vóór 1 september al liet keuren, blijft dus voorlopig onder de oude regeling vallen.
Verloopt het keuringsbewijs vóór 1 september zonder dat een nieuwe periodieke keuring werd uitgevoerd, dan geldt de nieuwe regeling evenmin. Ook voertuigen die na 1 september voor een herkeuring terugkomen, blijven tijdelijk onder de oude regels vallen.
Geen verplichte keuring meer vóór verkoop
De hervorming krijgt vanaf 1 januari 2027 nog een tweede luik. Dan verdwijnt de verplichte keuring vóór verkoop voor alle voertuigen die al in België zijn ingeschreven, zowel auto's als motorfietsen. Alleen ingevoerde voertuigen blijven eraan onderworpen.
Voertuigen die betrokken waren bij een ongeval waarbij essentiële onderdelen beschadigd raakten, moeten wel nog steeds opnieuw worden gekeurd. Verkopers die extra zekerheid willen bieden, kunnen bovendien vrijwillig een vervroegde periodieke keuring laten uitvoeren vóór de verkoop.
Daarnaast ligt er nog een volgende hervorming op tafel: op termijn zouden ook erkende garages technische keuringen mogen uitvoeren. Wanneer die maatregel precies ingaat, is voorlopig nog niet duidelijk.
Geen bewijs dat de veiligheid gevrijwaard blijft
Officieel zou de hervorming geen negatieve gevolgen hebben voor de verkeersveiligheid. Minister De Ridder herhaalde meermaals dat Europa een tweejaarlijks keuringsritme al toestaat. Alleen blijkt uit het advies van de Inspectie van Financiën dat er nauwelijks cijfermateriaal beschikbaar is, zeker niet over de gevolgen voor de verkeersveiligheid.
Ook in Wallonië blijven vragen bestaan. Minister François Desquesnes (Les Engagés) bracht het dossier twee keer ter sprake op de Interministeriële Conferentie om overleg tussen de gewesten te vragen. In mei stelde hij vast dat sommige antwoorden waren gegeven, maar dat cruciale veiligheidsgegevens nog altijd ontbraken.
Tijdens de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement op 15 juli veranderde daar weinig aan. Vlaams Belang-parlementslid Frédéric Erens vroeg om publiek verifieerbare cijfers, een analyse van het gezamenlijke effect van alle versoepelingen en een mogelijk bijsturingsmechanisme.
Minister De Ridder verwees uitsluitend naar de Europese regelgeving en legde geen afzonderlijke Vlaamse studie of impactanalyse op tafel. Ook over het afschaffen van de keuring vóór verkoop bleef het bij een persoonlijke overtuiging. Ze verklaarde dat ze er "redelijk zeker" van is dat dit geen probleem vormt, zonder bijkomende onderbouwing.
Vooruit-parlementslid Els Robeyns noemde die afschaffing tijdens hetzelfde debat expliciet risicovol, vooral voor oudere voertuigen met een hoge kilometerstand. Ook zij bekritiseerde het ontbreken van objectieve cijfers en een onafhankelijke evaluatie.
Kritiek groeit
De hervorming leidde intussen ook tot een burgerpetitie, die 15.752 geldige handtekeningen verzamelde en ontvankelijk werd verklaard door het Vlaams Parlement. Op 1 oktober volgt een hoorzitting, al betwist minister De Ridder nu al de manier waarop de handtekeningen werden verzameld. De vraag blijft wat zo'n hoorzitting nog kan veranderen, aangezien de hervorming dan al een maand van kracht zal zijn.
Wat de cijfers nu al tonen
Ook de keuringsstatistieken zelf voeden de discussie. In 2025 bleek bijna één op de vijf tweedehandswagens die in Vlaanderen voor keuring werd aangeboden een zwaar of gevaarlijk gebrek te vertonen. Niet minder dan 9.624 voertuigen kregen zelfs onmiddellijk een rijverbod.
De leeftijd van het wagenpark speelt daarin een belangrijke rol. Op tienjarige leeftijd wordt één op de vijf auto's afgekeurd. Bij twintig jaar loopt dat op tot één op de twee.
Tegelijk is het Belgische wagenpark vandaag gemiddeld ouder dan tien jaar, onder meer door de sterk groeiende tweedehandsmarkt sinds 2021. Net daarom roept het vragen op dat de keuringsfrequentie wordt versoepeld zonder dat de mogelijke gevolgen vooraf in kaart werden gebracht.
In Duitsland werd dat verband wél onderzocht. In opdracht van de TÜV analyseerde de Hogeschool voor Techniek en Economie van Dresden bijna 2.500 expertises van zware verkeersongevallen.
Daaruit blijkt dat technische defecten een rol spelen bij ongeveer 2,9% van de ongevallen met drie jaar oude voertuigen, tegenover zowat 20% bij voertuigen van 24 jaar oud. Volgens de onderzoekers zou een algemene jaarlijkse keuring het aantal ongevallen met gewonden met 1 tot 7% kunnen verminderen.
De studie werd wel besteld door een organisatie die zelf belang heeft bij technische keuringen. De resultaten verdienen dus de nodige nuance, maar ze tonen ten minste aan dat het verband onderzocht werd.
Komt er keuringstoerisme?
Tot slot rijst nog een praktische én politieke vraag: ontstaat er straks een vorm van keuringstoerisme?
Juridisch staat niets een Waalse of Brusselse automobilist in de weg om zijn voertuig in een Vlaams keuringscentrum te laten keuren en zo van de soepelere Vlaamse regels te profiteren.
Daar komt nog een sociale impact bovenop. Tegen 2028 zouden tot 500 banen kunnen verdwijnen in de Vlaamse keuringscentra.
De hervorming treedt hoe dan ook in werking in september. Of de verkeersveiligheid daar uiteindelijk niet onder zal lijden, valt voorlopig echter niet met cijfers te staven. Voorlopig is dat vooral een belofte. En misschien is net dat het meest verontrustende.
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief