We gaan hier niet opnieuw de obligate lofzang op de “mooie analoge tijden” afsteken. Maar eerlijk: mechanische panache was ooit wel iets anders dan vandaag. Een kleine honderd jaar geleden begon de auto eindelijk volwassen te worden. Sneller dan ooit, maar tegelijkertijd ook betrouwbaarder en veiliger. De tijd van remmen enkel achteraan, onderhoud om de 500 kilometer en gigantische viercilinders liep stilaan ten einde.
En zodra de auto écht bruikbaar werd, begonnen ingenieurs volop te experimenteren. Meer verfijning. Meer souplesse. Meer prestige. En: meer cilinders.
Na de V12 volgde bijna vanzelfsprekend de V16 — twee rijen van acht cilinders samengebracht in één monumentaal motorblok. Vandaag klinkt dat compleet krankzinnig, maar destijds waren acht-in-lijnmotoren perfect ingeburgerd. Waarom er dan niet gewoon twee combineren?
Maserati Tipo V4/V5
Deze Maserati doet vast en zeker een belletje rinkelen. Eind jaren 20 kwam het Italiaanse merk met de Tipo V4 op de proppen: twee gekoppelde achtcilinders, bijna 300 pk en meer dan 260 km/u. In 1929! Enkele jaren later ging de Tipo V5 nóg een stap verder, met zowat 360 pk en een soundtrack die klinkt alsof de poorten van de hel opengaan!
Advertentie – lees hieronder verder
Bugatti Type 45
Dat moderne Bugatti’s zo spectaculair zijn, hebben ze van ergens. Eerder dan Maserati experimenteerde Bugatti al met zestien cilinders. In 1915 ontwikkelde Ettore Bugatti een U16-vliegtuigmotor. Dertien jaar later volgde de Type 45: een racewagen met 250 pk, goed voor meer dan 240 km/u, en zelfs bedoeld als basis voor een straatversie. Alleen besliste de beurscrash van 1929 daar uiteindelijk anders over.
Cadillac V-16
Dit is wellicht de bekendste zestiencilinder ooit. In 1930 lanceerde General Motors de Cadillac V-16, de eerste grote Amerikaanse productieauto met een 16-cilindermotor. Onder die immense motorkap schuilde een V16 van 7,4 liter.
Het draaide hier uiteraard niet om pure prestaties, maar om een absoluut hoogtepunt op het vlak van souplesse, stilte en verfijning. Het moment was misschien niet ideaal — vlak na de beurscrash van 1929 — maar toch bleef het model verrassend lang in productie. Pas in 1940 verdween de Cadillac V-16 van het toneel, om redenen die je waarschijnlijk al kunt raden…
Marmon Sixteen
De Amerikaanse premiumconstructeur Marmon wilde zich, ondanks de economische crisis, absoluut niet laten overvleugelen door Cadillac en stelde in 1931 de Sixteen voor. Ook deze wagen kreeg een V16-motor, nog moderner van ontwerp en krachtiger, met zowat 200 pk. Voor die tijd een ronduit gigantisch vermogen.
Helaas hielp de economische context deze wonderlijke machine niet aan voldoende klanten. Na minder dan 400 geproduceerde exemplaren viel in 1934 definitief het doek.
Auto Union Grand Prix
In de jaren dertig deden de Silberpfeile niet aan halve maatregelen. De Auto Union Type A, B en C kregen een geblazen V16 achter de bestuurder. Een architectuur die vandaag vanzelfsprekend lijkt, maar destijds ronduit revolutionair was.
De successen in de grand-prixracerij volgden dan ook snel. Tegelijk stonden deze machines bekend als bijzonder moeilijk te besturen. Tegen het einde van hun ontwikkeling leverden ze meer dan 500 pk af. Cijfers die in die tijd haast absurd waren. Auto’s dus die alleen door échte helden konden worden getemd.
BRM V16 et H16
Mijn trommelvliezen trillen er nog van na. Enkele jaren geleden woonde deze dienaar tijdens het Goodwood Revival een demonstratie van de BRM V16 bij. Deze machines geselen het gehoor met een gehuil dat letterlijk de doden zou kunnen wekken, gecombineerd met een totaal unieke klankkleur.
Onder de motorkap van deze atypische eenzitter schuilt wellicht de meest exuberante motor uit de geschiedenis van de Formule 1. Stel het je even voor: amper 1,5 liter cilinderinhoud, maar wel 16 cilinders, een compressor en tot 600 pk.
Op papier was het geniaal. In de praktijk bleek het fragiel, complex en bijzonder grillig. Toch werd de les niet geleerd, want enkele jaren later kwam het team terug met een H16-motor: eigenlijk twee op elkaar gestapelde achtcilinder-boxermotoren. Zeer krachtig, maar veel te complex en te zwaar, waardoor deze motor snel weer in de vergetelheid belandde.
Cizeta V16T
De Cizeta-Moroder V16T belichaamt de excessen van de jaren negentig in hun puurste vorm. Breed als een landingsbaan, met een design dat oorspronkelijk bedoeld was voor de Lamborghini Diablo, en aangedreven door een dwarsgeplaatste V16 van 6 liter.
De auto sierde destijds de covers van talloze magazines, zonder ooit echt commercieel door te breken. De motor zelf ontstond uit de koppeling van twee Lamborghini Urraco-V8’s en leverde zowat 540 pk. Vandaag wordt deze mechanische curiositeit uiteraard op handen gedragen door verzamelaars en liefhebbers.
BMW 767iL Goldfish
Eind jaren tachtig probeerde BMW een V16 in een 7 Reeks E32 te lepelen. Het resultaat was het prototype 767iL Goldfisch. De motor nam zoveel plaats in beslag dat de koeling noodgedwongen naar achteren moest verhuizen, compleet met extra luchtinlaten in de spatborden.
Het project haalde nooit de productie, maar vormde later wél een belangrijke inspiratiebron voor een motorproject van een zekere Rolls-Royce…
Cadillac Sixteen Concept
In 2003, decennia na de legendarische Cadillac V16, pakte Cadillac opnieuw groots uit met de Sixteen Concept. Lang, laag en majestueus: deze conceptcar kreeg een V16 van 13,6 liter mee, goed voor zowat 1.000 pk, zonder turbo’s of compressor.
De motor beschikte zelfs over cilinderuitschakeling, alsof men wilde doen geloven dat een V16 van dit formaat nog een ecologisch geweten kon hebben. Helaas bleef het bij een concept. Tot grote spijt van iedereen met benzine in de aderen.
Rolls-Royce Phantom V16
Tijdens de ontwikkeling van de toekomstige Rolls-Royce, toen nog onder BMW-vlag, wilden ingenieurs een motor creëren met ronduit waanzinnige specificaties: een V16 van 9 liter. De prestaties waren fenomenaal, maar uiteindelijk koos men toch voor een “redelijkere” oplossing: een V12 van 6,75 liter, afgeleid van die uit de 7 Reeks. Een understatement van formaat, uiteraard.
Toch verdwenen die V16-motoren niet volledig in een vergeten laboratoriumhoek. Rowan Atkinson — fervent autoliefhebber — hoorde over het project en wist Rolls-Royce ervan te overtuigen hem een Phantom Coupé met deze motor te leveren voor de film ‘Johnny English Reborn’.
Bugatti Veyron, Chiron en Tourbillon
Vandaag wordt de zestiencilinder haast automatisch met Bugatti geassocieerd. De Bugatti Veyron, gelanceerd in 2005, was de eerste die ermee uitpakte. En wat voor een mechanische kathedraal: 16 cilinders in W-configuratie, 8 liter cilinderinhoud, vier turbo’s en 1.001 pk. De Bugatti Chiron nam die motor later over en dreef hem uiteindelijk op tot 1.600 pk.
En net toen iedereen dacht dat de zestiencilinder definitief naar de geschiedenisboeken verwezen was, stelde Bugatti de Bugatti Tourbillon voor. Onder de carrosserie schuilt een atmosferische V16 van 8,3 liter, ontwikkeld door Cosworth en gekoppeld aan een hybridesysteem, goed voor een totaalvermogen van 1.800 pk. De video’s laten bovendien een soundtrack horen die opvallend veel doet denken aan de legendarische BRM V16.
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief