De productie dichter bij de klant brengen: dat is hoe Volvo de verplaatsing van de productie van de elektrische EX30 van China naar Europa rechtvaardigt. De EX30 kent inderdaad veel succes op het oude continent, dat 80% van de vraag voor zijn rekening neemt. Alleen al in 2024 werden er maar liefst 78.000 exemplaren verkocht in Europa, waarmee deze Volvo op de derde plaats prijkt in de verkooptop van de elektrische modellen, net achter de Tesla Model Y en Model 3.
Natuurlijk is de keuze voor de Gentse fabriek niet louter ingegeven door de wens om lokaal te produceren. De voorbije weken heeft Europa immers invoerrechten geheven op elektrische auto’s die in China gebouwd worden. Voor Volvo (onderdeel van de Geely-groep) bedraagt die heffing 18,8%, bovenop het standaardtarief van 10%. Samen goed voor 28,8% aan invoerheffingen, een niveau dat de concurrentiekracht van Volvo op onze markten ernstig onder druk zet.
Terug naar Europa
Om de invoerheffingen te omzeilen, had Volvo/Geely dus geen andere keuze dan de productie van het model naar het oude continent te verplaatsen. En dat is vandaag gebeurd met de productie van de eerste EX30 ‘made in Gent’, in de Belgische fabriek van het merk die al sinds 1965 bestaat.
Advertentie – lees hieronder verder
Voor de Belgische site betekent dit een vierde productielijn, want de EX30 wordt toegevoegd aan de modellen die al gebouwd worden: de V60, de XC40 en de EC40. De investering bedraagt 200 miljoen euro (600 nieuwe of gerenoveerde robots, uitbreiding van de batterijhal enzovoort), terwijl er meer dan 300 extra werknemers werden aangeworven. Dit is op zijn zachtst gezegd een opsteker voor politici die al jaren – en voorlopig met weinig succes – proberen om de industrie in Europa nieuw leven in te blazen. Ook diegenen binnen de sector die ervan overtuigd zijn dat produceren binnen de Europese Unie niet rendabel is, krijgen hiermee lik op stuk. Vlaanderen heeft trouwens een kleine rol gespeeld door een subsidie van 3 miljoen euro te geven voor de opleiding van de werknemers. Alles samen bewijst dit dat een sterke lokale strategie haalbaar is.
En Volvo heeft dat goed begrepen. Om ook de Amerikaanse invoerheffingen te omzeilen, zal het zijn fabriek in Charleston (South Carolina) herinrichten om er lokaal populaire modellen te bouwen. Stefan Fesser, directeur van de fabriek in Gent, vatte het perfect samen: “In een moeilijke industriële omgeving kun je door elke dag hard te werken toch competitief blijven.” Dat is een feit.
Gent, de absolute kampioen?
Meer nog: Volvo Gent mag trots zijn dat het concurrentie kreeg van Chinese fabrieken en toch als winnaar uit de bus kwam. Want om de Europese invoerheffingen te vermijden, moet niet alleen lokaal geproduceerd worden, maar moet ook de toelevering grotendeels Europees zijn. Dat is gelukt: meer dan 50% van de onderdelen van de EX30, inclusief de batterij, zijn lokaal geproduceerd. De fabriek van Volvo in Gent bewijst dus dat ze het zelf beter, sneller en goedkoper kan doen. Een mooi voorbeeld.
In totaal stelt de fabriek in Gent vandaag 6.600 mensen tewerk. Voortaan rollen er jaarlijks 250.000 auto’s van de band. Dat betekent één auto om de 67 seconden, tegenover elke 79 seconden vóór de komst van de EX30.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be