Nee, hij is niet van de minste. Als rechterhand van Steve Jobs drukte Jony Ive zijn stempel op zowat elk scherm dat we dagelijks aanraken. Dit stuk wordt geschreven op een laptop die zonder blozen als erfgenaam van zijn MacBook kan doorgaan. En een flink deel van de lezers leest dit op een smartphone die ontsproot aan dezelfde designfilosofie. Ive is niet zomaar een vormgever; hij is een van de architecten van hoe technologie vandaag aanvoelt in onze handen.
Wetten van de GT
Bij Apple is hij niet langer in loondienst, al blijft de band hecht. Met zijn bureau LoveFrom werkt hij nog steeds voor de elektronicagigant, maar ook voor Moncler, OpenAI — en dus Ferrari. Amerikanen die hun stempel drukken op Maranello, het is niet nieuw hoor. Denk aan de Superamerica’s of de California’s. Dat het huis van Enzo voor de binnenkant van zijn eerste elektrische model expliciet bij een Amerikaanse designfirma aanklopte, is nieuw, maar niet verrassend.
Of die nieuwe GT nu elektrisch rijdt of niet, is eigenlijk bijzaak. Wat telt, is dat het interieur beantwoordt aan de strenge wetten van de rijdersauto. De man (of vrouw) achter het stuur wil geen gadgetspektakel, maar een werkplek. Een cockpit die dient, niet domineert. Dat heeft Ive goed begrepen. De fijne stuurrand knipoogt naar vroegere Ferrari’s. De klassieke klokken werken nog met naalden. Jawel, zoals vroeger. Het centrale scherm staat erg schuin naar de bestuurder gekanteld. Alsof het hem persoonlijk wil aanspreken.
Advertentie – lees hieronder verder
En toch.
Gul met revolutie
In het officiële communiqué wordt het woord ‘revolutionair’ gul rondgestrooid. Revolutionair en Ive, dat klonk ooit vanzelfsprekend in één adem. Toen hij de knullige toetsenborden van onze telefoons wegvaagde en verving door een aanraakscherm. Dat wás een mijlpaal. Dit? Dit voelt eerder als marketing, nog zoiets waar Italianen goed in zijn.
Begrijp ons niet verkeerd: het interieur is mooi. Elegant. Strak. Doordacht. Maar ook kil, bijna klinisch technologisch. Maranello heeft gelukkig genoeg premiumleder laten aanrukken om het geheel de warmte te geven die je van een Italiaanse GT verwacht. Want een Ferrari mag vooruitstrevend zijn, maar hij moet ook verleiden.
Opvallend bovendien: er bleef verrassend veel bij het oude. Drukknoppen zijn niet uitgeroeid. Het scherm bevat toggleswitches. De Manettino werd, tegen de verwachting in, niet heruitgevonden. En dat is op zich prima. Puristen zullen opgelucht ademhalen. Maar van een designer die een complete industrie hertekende, verwacht je toch minstens één moment van brutale durf. Eén ingreep waarvan je denkt: zo, dat hebben we nog niet gezien. Maar nee, zelfs de schakelpaddles volgen braaf de gevestigde lijn.
Geen make-or-break
De cockpit van de Luce, zoals Ferrari’s eerste elektrische model gaat heten, zal ongetwijfeld intuïtief werken. Maar het meest revolutionaire eraan is misschien wat ze níét doet: weigeren de weg van Mercedes te volgen. Geen driedubbele schermen die over het dashboard vloeien als het spandoek van een bioscoopcomplex. Geen digitale overdaad. Het is een verdienste, alleen geen met een grote V.
Aan de meet is de Luce geen make-or-breakmodel. Ferrari draait marges waar andere constructeurs alleen maar van kunnen dromen: op weg naar een ongeziene 40% op elk model. Een misstap kan het wel aan, als de Luce faalt. En misschien moeten we blij zijn dat zelfs techdesigners beseffen dat schermen niet zo goed plakken op auto-interieurs als op smartphones.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be