Het is een aloude groene overtuiging: de trein is het zaligmakende alternatief voor alle pendelauto’s die dagelijks onze autosnelwegen overbevolken. Enkele weken geleden haalde de Brusselse minister van Mobiliteit, Elke Van den Brandt, uit naar deze vorm van ‘collectieve belastingontduiking’, ook wel de salariswagen genoemd (geen bedrijfswagen want dat zijn werknoodzakelijke voertuigen). Niet alleen is dat dogma zo versleten als het gros van de treinwagons van de NMBS, we leven allang niet meer in een wereld waarin mobiliteit zwart-wit is.
Talent blijven aantrekken
Het klopt. In geen enkel ander Europees land heeft de salariswagen zo’n unieke plaats als in België. Het ontstaan ervan is historisch gegroeid als een vorm van nettolooncompensatie in een land dat beseft dat het al te bruin bakt met zijn overheidsbeslag en dat ook beseft. Dus kwam er de gunst van de salariswagen die er ook nog eens voor zorgt dat onze bedrijven talent blijven aantrekken dat zin heeft om bij een werkgever aan de slag te gaan. Onderschat nooit de emotionele aantrekkingskracht van een auto, al zal je mij niet horen zeggen dat ook het perron geen romantiek draagt.
Maar dat mechanische omdenken waarbij de salariswagen wordt vervangen door een treinabonnement – een van twaalf euro zelfs – spoort niet. Twaalf euro: dat is geen mobiliteitsbeleid, maar een symbolisch aalmoes tegenover een voordeel dat voor velen oploopt tot minstens 500 euro per maand. Aan elke onderhandelingstafel zou dit als een grap worden weggezet als er niet nog meer voordelen bovenop worden gegooid.
Advertentie – lees hieronder verder
De paradox
Jawel, het systeem van de salariswagen is voer voor debat vanuit sociaal oogpunt, maar paradoxaal genoeg heeft het net wél geleid tot een benijdenswaardig groene Belgische vloot. Omdat bedrijven verplicht werden hun salariswagens te elektrificeren, haalt België vandaag een aandeel van 30% elektrische auto’s in de registraties. Europa verwees daarnaar als een rolmodel om economie met ecologie te verzoenen. Dat kost de staatskas 4 miljard per jaar, maar landen met erg hoge elektrificatieniveaus, zoals Noorwegen, betaalden de afgelopen jaren een sterk gelijkaardig bedrag om hun wagenpark via particulieren emissievrij te maken en dus aan de ideologie van een groene partij te haken. Gratis is de vergroening van een nationale vloot niet, ze helemaal vervangen door treinen resoluut onmogelijk. Bovendien zorgt het emissieplan rond salariswagens er ook voor dat België in aanmerking komt voor Europese subsidies. Een vette geldpot voor vergroening, waarvan trouwens ook de spoordiensten genieten.
Maar anno 2026 is het directe duel tussen aanschuivende salariswagens en slecht verbonden treinen vooral achterhaald. We verlangen een samenleving die multimodaal is, waarin mobiliteit veel gelaagder is dan de eenvoudige tegenstelling tussen asfalt en spoorbedding. In plaats van een repressief voorstel – uiteindelijk neem je de mensen iets af – wist Vincent Van Peteghem met het mobiliteitsbudget een constructiever voorstel te doen. Zo mag je, onder voorwaarden, je woonlening inbrengen als je de salariswagen opgeeft. Kijk, dat is praten. En laten we niet vergeten dat ook het mobiliteitsbudget op Europese schaal zijn gelijke niet kent in omvang en aanpak. Helaas een kluwen waardoor het moeilijk van de grond komt, maar dat is een ander verhaal.
Allemaal autonoom?
De timing van de uitspraak van Elke Van den Brandt kon op het moment van een driedaagse staking bij de NMBS (en de geweigerde aanvraag van alweer een volgende) natuurlijk amper in een slechtere bedding vallen. Los daarvan: het grote probleem is dat de spitstrein de knagende fileproblematiek evenmin oplost. Integendeel zelfs, veel mensen verkiezen aan te schuiven met een actieve cruisecontrol – want dat hebben alle elektrische salariswagens – in plaats van als sardienen te worden gepropt in een blik op stalen wielen dat zijn beste tijd heeft gehad. Met geen plannen voor gratis wifi (anno 2026!) en een bestemming die vaak synoniem staat met een eeuwige werf. Maar goed, ik wil maar zeggen: mobiliteitsproblematiek is eerder een kwestie van uurregeling dan vervoermiddel. Als iedereen reist tussen zeven en half negen, wordt het de facto onaangenaam.
Maar bovenal getuigt het van meer inzicht om even om de hoek te kijken. De NMBS moet meer schrik hebben van de autonoom rijdende auto dan van de salariswagen. Door de recente evoluties in artificiële intelligentie komen er eindelijk tastbare vooruitzichten voor zelfsturende auto’s. En wat zijn die in wezen? Wagons met het logo van een automerk die zonder overstap van eender welke A naar eender welke B rijden, filetijd omzetten in werktijd en een infrastructurele kost vragen die tig malen lager ligt dan wat de NMBS nodig heeft. En nee, zolang je ze voedt met een beetje stroom – groen als het kan – staken ze nooit.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be