Elektrisch

Wordt autorijden onbetaalbaar voor Jan Modaal?

De elektrische transitie wordt met veel tromgeroffel aangekondigd, maar de realiteit is dat de overgang naar emissieloze wagens ons allemaal veel geld zal kosten. Misschien zelfs te veel voor sommigen als we naar de marktevoluties kijken. Wordt autorijden binnenkort een privilege voor de rijksten onder ons?

Geschreven door Alain De Jong | 11/01/2022

De aangekondigde stopzetting van de verkoop van auto’s met verbrandingsmotoren gekoppeld aan de strengere emissienormen in de Europese Unie heeft de voorbije maanden voor grote onrust gezorgd. Zowel bij de consumenten als bij de constructeurs. Iedereen is het erover eens dat er dringend maatregelen genomen moeten worden om het klimaat te redden. Met over het te volgen pad en de timing heerst nog veel onduidelijkheid.

Je ziet regelmatig paniekvoetbal of politieke profileringsdrang. Zoals Vlaanderen dat plots de beste leerling van de klas wil zijn door al vanaf 2029 de verkoop van klassieke auto’s met een verbrandingsmotor te verbieden. Aangezien momenteel in België nog amper 1% van het wagenpark volledig elektrisch is, is er dus nog heel wat werk aan de winkel om die overgang tegen de vooropgestelde deadlines te halen.

Advertentie

Asociale en dure transitie

Maar er is meer, want aan de overgang naar elektrisch rijden hangt ook een prijskaartje dat betaald zal worden door iedereen die nog met een auto wil rijden. En dat is op zijn minst gezegd zorgwekkend. Neem nu de recente aankondiging van Stellantis (de autogroep die o.a. Peugeot, Citroën, Opel, Alfa Romeo, Jeep … omvat) om het populaire monovolumegamma vanaf 2022 (nu dus!) nog enkel met elektrische aandrijvingen aan te bieden. Het gaat hier om de Citroën Berlingo, Peugeot Rifter en Opel Combo, dus de budgetvriendelijke, ruime en polyvalente gezinswagens bij uitstek, die als elektrische variant plots minstens 15.000 euro duurder worden.

Citroën ë-Berlingo Multispace 2022

Het basismodel van de Citroën Berlingo kost namelijk 21.500 euro en voor de elektrische ë-Berlingo zal je maar liefst 38.150 euro moeten ophoesten, wil je het merk trouw blijven. Een onmogelijke opdracht voor Jan Modaal met een gemiddeld inkomen, waarvan natuurlijk ook de woning, de studiekosten van de kinderen, enz. betaald moeten worden.

Bovendien duiken er nog praktische problemen op, aangezien de ë-Berlingo beschikt over een batterij van 50 kWh die een rijbereik van slechts 281 kilometer (WLTP) toelaat. En aangezien de laadinfrastructuur in ons land en Europa nog niet volledig is uitgebouwd, moet je daarmee al goed plannen om uitstapjes, laat staan de jaarlijkse vakantie naar het zuiden nog te kunnen maken met de wagen.

Europese CO2-boetes

De oorzaak van deze ‘groene strategie’ van Stellantis schuilt niet in een plots ecologisch bewustzijn van het management, maar in de Europese politiek om de CO2-uitstoot steeds verder terug te dringen in combinatie met boetes voor de merken de hier niet aan voldoen.

Dit leidt tot een herschikking van de gamma’s met de eliminatie van de modellen die het minst efficiënt functioneren en de laagste winstmarges opleveren. En dat zijn nu eenmaal de populaire en betaalbare auto’s zoals de Citroën Berlingo, Peugeot Rifter en Opel Combo. Stellantis nam deze strategische beslissing nu al, maar het is zeker dat de andere autogroepen weldra zullen volgen.

Het is dan ook geen toeval dat de elektrificatie eerst werd ingezet in de topsegmenten met de duurdere modellen die vooral een kapitaalkrachtiger publiek of mensen met een salariswagen aanspreken. Voor Jan Modaal met een gemiddeld inkomen die zijn bescheiden auto uit eigen zak moet betalen ziet de elektrische autotoekomst er dus minder rooskleurig uit. Voor hem zal autorijden véél duurder of misschien onbetaalbaar worden. Is dat de bedoeling van het groene beleid van onze politici?

Een nieuwe auto aan de laagste prijs

Deel dit artikel

Lees meer over

Nieuwsbrief

Of het nu gaat om het laatste autonieuws of actuele mobiliteitsonderwerpen.

Anderen bekeken ook

Wagens voor u

Auto's