Voorstanders van de elektrische auto hebben altijd de milieukwaliteiten van deze wagens benadrukt. Hij is zeker niet CO₂-neutraal, verre van zelfs, maar over zijn volledige levenscyclus stoot hij minder CO₂ uit. En dat klopt ook. Ondanks de hoge ecologische voetafdruk van de batterij (productie en recyclage) stoten elektrische auto’s minder koolstofdioxide uit. Tot 73% minder om precies te zijn, zelfs wanneer ze rijden in landen waar de elektriciteitsproductie sterk koolstofintensief is. Op het vlak van CO₂-uitstoot is de elektrische auto dus duidelijk de betere leerling.
Dat is uiteraard goed nieuws voor het klimaat en om de temperatuurstijging te beperken. Maar opnieuw: we hebben het hier over broeikasgassen, niet over luchtvervuiling. CO₂ leidt niet tot luchtvervuiling. Het zijn andere stoffen die kinderen doen hoesten en jaarlijks verantwoordelijk zijn voor talloze overlijdens: stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO₂), koolmonoxide (CO), vluchtige organische stoffen (VOS) en uiteraard fijnstof. De vraag dringt zich dus op: zorgt de elektrificatie van het wagenpark ook echt voor minder giftige stoffen in de lucht en dus voor schonere stadslucht? Een onderzoeksteam van de Keck School of Medicine van de University of Southern California probeerde daarop een antwoord te geven. Ze analyseerden meerdere jaren aan gegevens uit Californië, een pioniersstaat op het vlak van emissiearme mobiliteit.
New study uses satellite and ground measurements to show electric vehicles reduce NO2 air pollution over cities.https://t.co/UywKk43kd6
— Mark Z. Jacobson (@mzjacobson) January 28, 2026
Hun studie, gepubliceerd in The Lancet Planetary Health, baseert zich niet op theoretische modellen, maar op echte waarnemingen. Concreet wilden de onderzoekers nagaan of een stijging van het aantal zogenaamde zero-emissievoertuigen gepaard gaat met een meetbare daling van vervuiling door wegverkeer.
Advertentie – lees hieronder verder
Stikstofdioxide als indicator
De onderzoekers richtten hun analyse op stikstofdioxide (NO₂), een gas dat voornamelijk wordt uitgestoten door verbrandingsmotoren. Deze vervuilende stof is goed bekend bij specialisten in de volksgezondheid: NO₂ wordt in verband gebracht met ademhalingsaandoeningen, astma-aanvallen en een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. In veel grootsteden overschrijden de concentraties bovendien regelmatig de wettelijke grenswaarden, vooral tijdens hittegolven wanneer vervuilende stoffen nauwelijks (of niet) verspreid worden.
In plaats van zich te beperken tot meetstations op de grond, die soms ongelijk verspreid zijn, gebruikte het team ook gegevens van de Europese TROPOMI-satelliet. Dat instrument levert dagelijkse metingen met hoge resolutie van de NO₂-concentraties. Zo konden de onderzoekers tussen 2019 en 2023 de evolutie van de vervuiling wijk per wijk in heel Californië volgen. Die atmosferische metingen werden daarna gekoppeld aan inschrijvingsgegevens van elektrische auto’s, plug-inhybrides en waterstofmodellen. Vrachtwagens werden buiten beschouwing gelaten om de focus te houden op personenwagens.
Duidelijk verband op lokaal niveau
De resultaten tonen een helder verband: in buurten waar het aantal voertuigen met lage uitstoot stijgt, dalen de NO₂-concentraties. Omgekeerd zien wijken waar het aantal wagens met verbrandingsmotor blijft toenemen de vervuiling oplopen.
Concreet blijkt dat de toevoeging van ongeveer 200 zero-emissievoertuigen in een wijk samenhangt met een gemiddelde daling van 1,1% van de stikstofdioxideconcentraties. Op het eerste gezicht lijkt dat percentage beperkt, maar statistisch is het wel degelijk significant. In dichtbevolkte stedelijke gebieden betekent zo’n daling een reële verbetering voor duizenden bewoners die dagelijks worden blootgesteld aan verkeersuitstoot.
Die conclusies zijn stevig onderbouwd. Om hun analyse te verfijnen, hielden de onderzoekers rekening met verschillende factoren die de vervuilingsniveaus konden beïnvloeden, zoals de coronapandemie, schommelingen in brandstofprijzen en het toegenomen telewerk. Telkens opnieuw bleef hun hypothese overeind.
Onvolledige transitie
Ondanks deze bemoedigende resultaten benadrukt de studie dat de transitie nog maar in een vroege fase zit. In 2023 vertegenwoordigden zero-emissievoertuigen slechts ongeveer 5% van het personenwagenpark in Californië. Met andere woorden: het merendeel van de verplaatsingen gebeurt nog altijd met verbrandingsmotoren.
Die vaststellingen sluiten aan bij cijfers van Leefmilieu Brussel en het Europees Milieuagentschap. In Brussel is de luchtkwaliteit de voorbije tien jaar duidelijk verbeterd, al blijven sommige drempelwaarden een aandachtspunt. De concentraties stikstofdioxide (NO₂), vooral gelinkt aan dieselverkeer, zijn sinds 2018 sterk gedaald, net als die van fijnstof (PM₂,₅ en PM₁₀). Die evolutie is het resultaat van meerdere factoren: een geleidelijke vernieuwing van het wagenpark, strengere Euro-normen, een toenemende elektrificatie en regionale mobiliteitsmaatregelen en uiteraard de lage-emissiezone (LEZ).
Bovendien bevestigt het regeerakkoord van donderdagavond dat het uitfaseringsschema voor de meest vervuilende wagens wordt voortgezet, zoals eerder afgesproken. Tegelijk werden de boetes van 350 euro als buitensporig beschouwd, waardoor hun bedrag naar verwachting zal worden verlaagd. Feit blijft: de elektrische auto draagt bij aan een schonere lucht in de stad. Maar beweren dat hij niet vervuilt, gaat te ver. Ook de elektrische auto stoot fijnstof uit – via remmen en banden – terwijl de energieproductie (bijvoorbeeld in gascentrales) eveneens NOx en NO₂ uitstoot.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be