De bedrijfswagen annex salariswagen is al lang een heet hangijzer in de Wetstraat, en Vooruit-voorzitter Conner Rousseau trekt het debat nu ook naar de geopolitieke arena. Zijn partij, deel van de regering-De Wever, dient via parlementslid Oskar Seuntjens een wetsvoorstel in om vanaf 1 januari 2027 enkel nog in Europa gebouwde auto’s in aanmerking te nemen voor volledige fiscale aftrekbaarheid. Het gaat om nieuwe inschrijvingen; het bestaande wagenpark behoudt de bestaande fiscale behandeling.
Het gaat daarbij de facto enkel om elektrische auto’s, gezien auto’s met verbrandingsmotor al enkele jaren niet meer dezelfde fiscale voorkeursbehandeling krijgen.
Daardoor is de bedrijfswagenmarkt nu al aan sneltempo aan het elektrificeren. Via die weg is België inmiddels een van de Europese koplopers wat betreft het aandeel stekkerauto’s in de totale autoverkoop. In 2025 was liefst 37% van de nieuw ingeschreven auto’s in ons land volledig elektrisch.
Op de volledige markt hadden de Chinese autobouwers vorig jaar een marktaandeel van 4,4%. Dat gaat zowel om elektrische bedrijfswagens van fabrikanten als Xpeng of BYD als om bijvoorbeeld budgetvriendelijke benzines van pakweg MG.
Advertentie – lees hieronder verder
Complexe sector
Het wetsvoorstel is behoorlijk pragmatisch gekneed. Vooruit wil het maximale fiscale voordeel enkel behouden voor auto’s waarvan de eindassemblage in Europa gebeurde, inclusief van de batterij.
Maar: indien er geen productiecapaciteit in Europa bestaat, is er een ‘vrijstelling in het algemeen belang’. Die clausule is er om de Volvo-fabriek in Gent, de enige overblijvende autofabriek in ons land te ontzien. Daar wordt immers (onder andere) de populaire elektrische EX30 gebouwd, maar wel deels met uit China afkomstige batterijcellen.
Het voorbeeld van Volvo illustreert dat de markt ingewikkelder in elkaar zit dan dit protectionistische wetsvoorstel doet vermoeden. De EX30 schept banen in ons land, maar de winst vloeit wel naar Geely, de Chinese eigenaar van Volvo.
Made in Europe
Veel op het eerste gezicht niet-Europese auto’s worden bovendien wel in Europa gebouwd. Tesla heeft bijvoorbeeld een fabriek in Duitsland, Xpeng assembleert een deel van zijn gamma voor de Europese markt in Oostenrijk en BYD opent later dit jaar zijn Hongaarse fabriek.
Ook andere Aziatische spelers als Toyota, Nissan of Hyundai hebben fabrieken in Europa, al komen hun elektrische modellen vaak wel uit Japan of Zuid-Korea. Nissan bouwt de Leaf dan weer in het Verenigd Koninkrijk. Het is niet duidelijk of Rousseau dat geval in aanmerking neemt voor deze nieuwe maatregel. Het VK ligt immers wel in Europa, maar is geen deel van de Europese Unie.
Voor sommige Europese autobouwers kan dit - paradoxaal genoeg - dan weer een streep door de rekening zijn. De VW-groep bouwt bijvoorbeeld de elektrische Cupra Tavascan in China. Idem voor Dacia, dat de Spring daar bouwt voor de Europese markt.
Polestar, van oorsprong Zweeds maar net als zustermerk Volvo in Chinese handen, zal dit wetsvoorstel eveneens met lange tanden lezen. Zij bouwen hun auto’s in China en hebben geen productieplannen in Europa.
Ook de Volvo EX90 zou overigens plots fiscaal een stuk minder interessant worden voor ondernemingen. Hij wordt immers niet in België of Zweden gebouwd, noch in China, maar in de Verenigde Staten.
Het illustreert hoe globaal verweven de autosector vandaag in elkaar zit. Er zijn dus heel wat fabrikanten die hierover mogelijk nog een zeg zullen willen doen bij de studiedienst van Vooruit.
Voor de consument, ofwel de toekomstige koper of huurder van een elektrische bedrijfswagen, zal het effect niet zo erg groot zijn. Het gros van de populaire elektrische bedrijfswagens, zoals de BMW iX1, Tesla Model Y, Audi Q4 en Q6 E-tron of Volkswagen ID4, zijn immers Duits fabrikaat, vaak ook met in Oost-Europa geproduceerde batterijcellen.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be