Het basisprincipe van de technische controle is duidelijk over de afstelling: “In het algemeen kan een voertuig alleen op de openbare weg worden bestuurd als de veiligheid van de bestuurder en zijn passagiers en die van andere weggebruikers te allen tijde is gewaarborgd. Daarom moet elke wijziging of modificatie (aan het stuur-, veer-, emissie- of remsysteem, of fundamentele ingrepen aan het chassis of de zelfdragende carrosserie) dezelfde veiligheid blijven garanderen en moet deze door de fabrikant of zijn officiële vertegenwoordiger worden gecertificeerd.

De regels verbieden het gebruik van scherpe voorwerpen die de inzittenden van de auto bij een aanrijding kunnen verwonden, wat logisch is. Anderzijds is de Belgische wetgeving streng in het verbieden van alles wat niet door de fabrikant is voorzien. Sommige uitrustingen worden echter getolereerd wanneer ze vergezeld zijn van een geldig valideringsrapport, dat door de homologatiedienst van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer wordt verstrekt. Dit betreft bijvoorbeeld de aanpassing van bijvoorbeeld “vlinderdeuren”, andere stoelen of een niet-origineel uitlaatsysteem.

Wat het verlagen van een voertuig betreft, is het van essentieel belang dat een montagecertificaat wordt afgegeven door een erkende installateur en een valideringsrapport van de fabrikant van het systeem of, bij gebrek daaraan, van de GOCA, een vereniging van erkende bedrijven voor de technische controle en het passeren van rijbewijzen. Tijdens de keuring wordt dan een extra controle van de wielgeometrie uitgevoerd.

Wie de technische controle zonder problemen doorstaat, ontvangt de “groene kaart” ook een tuningrapport, waarin stap voor stap de wijzigingen aan het voertuig worden beschreven. Dit document kost € 8,3 extra.