Laten we eerlijk zijn: in de wereld van de restomods begint de Porsche 911 stilaan even origineel te worden als een grijze SUV op de parking van de supermarkt. Singer effende het pad, waarna tal van andere specialisten het voorbeeld volgden. Om zich te onderscheiden, besloot Thornley Kelham daarom verder terug te gaan in de stamboom van Porsche: richting de 356. Nee, het is niet de eerste die zich aan dit historische monument waagt, maar wel vanuit een nieuwe invalshoek, met als referentie de 356 SL die in 1951 deelnam aan de 24 Uren van Le Mans.
Alles begon met 46 pk
Even een korte historische opfrisser. In 1951 verschijnt Porsche in Le Mans met zijn 356 SL, waarbij SL staat voor ‘Super Leicht’, of, je raadt het al, ‘superlicht’. De piloten Auguste Veuillet en Edmond Mouche verschijnen aan de start in dit pluimgewicht, aangedreven door een bescheiden luchtgekoelde 1.1 viercilinderboxermotor. Het vermogen? 46 pk. Maar in een bolide die amper 635 kg woog, volstond dat om 160 km/u te halen.
Advertentie – lees hieronder verder
2.000
We gaan het nog niet meteen hebben over pk’s, cilinderinhoud of prestaties. Er is namelijk een ander cijfer dat bij deze restomod nog meer in het oog springt: het aantal uren dat nodig is om het aluminium koetswerk paneel per paneel te maken. Daar zijn maar liefst 2.000 werkuren voor nodig. Denk echter niet dat dit een auto is die in het verleden is blijven steken: de vormen worden in CAD getekend, bepaalde onderdelen worden met CNC-machines vervaardigd en het geheel wordt op een precisiemal gemonteerd.
Tenzij je bijziend, verziend én astigmatisch bent en bovendien een donkere bril draagt, moet je toegeven dat het design behoorlijk ver afwijkt van het origineel. Een druppelvormig passagierscompartiment, bredere achterste heupen en een lagere lijn: Thornley Kelham omschrijft zijn 356 als ‘breder, lager en gemener’ dan het origineel. Een klein detail dat sommige puristen misschien zal doen steigeren: elke auto vertrekt van een origineel 356-chassis uit die tijd.
2,3 liter, 200 pk, 930 kg
Onder de motorkap achteraan ligt nog altijd een luchtgekoelde viercilinderboxermotor. Maar deze keer meet hij 2,3 liter, meer dan het dubbele van de oorspronkelijke cilinderinhoud. Het spreekt voor zich dat het vermogen een flinke sprong maakt… Er zijn trouwens twee vermogensniveaus: Touring met 180 pk of Sport met 200 pk. Met een leeggewicht van 930 kg komt de Sport-versie dus boven 200 pk per ton uit, wat hem zelfs naar hedendaagse normen tot een stevig bommetje maakt. De transmissie bestaat uit een manuele vijfversnellingsbak met de eerste versnelling linksonder, gekoppeld aan een sperdifferentieel. De specialist kondigt ook optionele actieve demping aan en op verzoek zijn koolstofkeramische remmen verkrijgbaar.
In het interieur is alles mogelijk: lederen bekleding op maat, aangepaste bagage en alle moderne elektronica die de eigenaar wil meenemen… of net niet.
50 exemplaren, prijs op aanvraag
Thornley Kelham, opgericht in 2008 in de Cotswolds, een bijzonder chique streek in Engeland, kondigt wel aan dat de productie beperkt blijft tot 50 coupés, die allemaal samen met hun toekomstige eigenaar samengesteld worden. Goed om te weten: er staat ook een cabrioversie op het programma. De prijs wordt officieel niet bekendgemaakt, maar de Britse pers rekent op minstens 500.000 pond of omgerekend zo’n 600.000 euro.
Vind je volgende oldtimer op Autoclassic.be
Een vraag over oldtimers? Neem contact op met BEHVA
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief