Enkele dagen geleden kondigde Renault de opening aan van een tweede onderzoeks- en ontwikkelingscentrum in China. Na Shanghai krijgt ook Hangzhou, in de provincie Zhejiang, een R&D-hub die zich focust op software, artificiële intelligentie en gebruikersinterfaces. Shanghai blijft instaan voor hardware-integratie en aandrijfsystemen. Door die expertise te bundelen wil Renault de ontwikkeling van zijn toekomstige elektrische stadswagens in het A-segment fors versnellen, ook voor Dacia en Nissan.
Renault Group opened its Advanced China Development Center R&D office in Hangzhou today, two years after launching the Shanghai ACDC R&D office, the French carmaker said today. The new facility will focus on cutting-edge technology fields including software, AI, and user… pic.twitter.com/YAxLfXT58j
— Yicai 第一财经 (@yicaichina) June 15, 2026
Twingo als bewijs
De nieuwe Twingo E-Tech werd in amper 21 maanden ontwikkeld, grotendeels dankzij de Chinese partners en ingenieurs van Renault. De groepsleiding steekt haar ambities daarbij niet onder stoelen of banken: tegen 2028 moeten de productiekosten van elektrische auto’s met 40% omlaag. Daarvoor rekent Renault op de hoge ontwikkelingssnelheid in China, op artificiële intelligentie om de ontwikkelingscycli verder in te korten en op een cultuur van gelijktijdige samenwerking die westerse ingenieursteams nog niet volledig hebben omarmd.
In China leggen verschillende teams hun eigen werk regelmatig stil om samen technische knelpunten op te lossen, waarna ze hun opdrachten opnieuw opnemen. Tegelijk zou Renault volgens goed ingelichte bronnen tegen 2027 ongeveer 800 ingenieursbanen in Frankrijk willen schrappen. Je kan er niet naast kijken dat er een verband bestaat tussen beide evoluties.
Advertentie – lees hieronder verder
Renault is allerminst een alleenstaand geval. Stellantis schrapt 650 banen in het ontwikkelingscentrum van Opel in Rüsselsheim, terwijl Volkswagen tegen 2030 in Duitsland 100.000 jobs wil laten verdwijnen, ook bij de ingenieurs. Ford Europe zette die beweging al drie jaar geleden in met het schrappen van 3.600 R&D-functies. De trend is dus al langer zichtbaar, maar versnelt nu in hoog tempo. Artificiële intelligentie is daarbij een belangrijke hefboom. Zo wil Stellantis tegen 2028 het aantal fysieke tests met 70% verminderen dankzij virtuele simulaties.
Bovendien is er nog een bedenking die zich moeilijk laat wegwuiven. De Europese autoontwikkeling dankt haar reputatie aan tientallen jaren opgebouwde expertise, technische precisie en een testcultuur die tot het uiterste werd doorgedreven. Die kennis verplaats je niet zomaar door een R&D-centrum in Hangzhou te openen.
De vraag is dan ook niet of constructeurs er goed aan doen om naar China te kijken. Gezien de snelheid, de schaal en de kostenvoordelen hebben ze nauwelijks een alternatief. De echte vraag is wat er over tien jaar nog overblijft van de Europese knowhow als die hier niet langer actief wordt ontwikkeld en doorgegeven. Want zodra die kennis verdwijnt, verdwijnt ook een belangrijk deel van het innovatievermogen. Dan dreigt Europa niet alleen de productie, maar ook de technologische leiding uit handen te geven aan Chinese constructeurs en toeleveranciers.
En België?
België heeft dan wel geen eigen automerk meer, toch blijft ons land een belangrijke speler in de ontwikkeling van autotechnologie. Verspreid over het land bevinden zich tal van onderzoeks- en ontwikkelingscentra die voor internationale constructeurs en toeleveranciers werken.
Zo ontwikkelt Punch Powertrain in Sint-Truiden hybride en elektrische transmissiesystemen, werkt Flanders Make samen met constructeurs aan technologie voor slimme voertuigen en ondersteunt ALTEN Belgium vanuit Brussel, Antwerpen en Charleroi projecten rond autonoom rijden en elektrificatie. Ook Aisin Europe, een dochteronderneming van Toyota, ontwikkelt en verfijnt automatische transmissies. Daarnaast zijn er gespecialiseerde ingenieursbureaus zoals ACE en Mecasoft, actief in werktuigbouwkundige engineering en embedded software. En dat is nog maar een greep uit de Belgische expertise.
Daarnaast huisvest België ook enkele zwaargewichten uit de sector. Ford Proving Ground in Lommel is sinds 1965 het enige testcentrum van Ford in Europa en stelt meer dan 250 mensen te werk, onder wie ingenieurs, testrijders en mecaniciens. Daar worden nieuwe modellen ontwikkeld, getest en verfijnd. In Zaventem werken dan weer ongeveer 1.700 mensen in het R&D-centrum van Toyota Motor Europe.
Vandaag staan beide vestigingen niet rechtstreeks onder druk. Toch verandert de context snel. Ford bouwt zijn Europese personeelsbestand verder af, terwijl Toyota zijn modellengamma wil vereenvoudigen om efficiënter te kunnen werken. Als fysieke tests steeds vaker plaatsmaken voor virtuele simulaties, zal ook de rol van Lommel onvermijdelijk evolueren. En als ontwikkelingsactiviteiten geleidelijk naar andere regio’s verschuiven, zal ook het R&D-centrum in Zaventem die impact uiteindelijk voelen.
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief