Op het eerste gezicht klinkt Made in Europe logisch. Productie terughalen naar Europa, bevoorrading veiligstellen en de afhankelijkheid van China verkleinen: op papier past dit perfect in een sterk protectionistische strategie voor elektrische auto’s. Dat zou Europese constructeurs moeten aanspreken, want zij proberen hun concurrentievermogen tegenover China te herstellen. De IAA (Industrial Accelerator Act) doet trouwens eigenlijk hetzelfde wat China al meer dan twintig jaar doet: joint ventures opleggen, technologieoverdracht afdwingen enzovoort. Waar zit dan het probleem?
Niet iedereen ziet het zo. Vooral in de ontwikkelingsafdelingen en financiële directies van autogroepen rijst een andere vraag: tegen welke prijs kun je eigenlijk nog in Europa produceren en dan ook nog eens met Made in Europe-onderdelen?
Een studie stelt zelfs dat batterijen in Europa produceren in plaats van in China tegen 2030 gemiddeld ongeveer 500 euro extra per elektrische auto kan kosten. Volgens de analyse varieert dat bedrag tussen 300 en 750 euro per wagen, afhankelijk van het merk. Dat verschil vormt uiteraard een probleem voor de concurrentiekracht van constructeurs, maar uiteindelijk ook voor automobilisten. Wat duurder is om te produceren, wordt namelijk meestal ook duurder om te kopen. De meerkosten worden vrijwel altijd doorgerekend aan de eindklant.
Advertentie – lees hieronder verder
Concurrentievermogen, de achilleshiel?
Vooral dat aspect van concurrentievermogen zorgt voor spanningen bij de constructeurs. De tekst koppelt bepaalde publieke steun namelijk aan eisen rond lokaal geproduceerde onderdelen voor sleuteltechnologieën, waaronder batterijen en elektrische voertuigen. Dat vormt een probleem, want de bevoorradingsketens van autobouwers zijn wereldwijd georganiseerd. Ze zijn geoptimaliseerd om kosten te beperken en schommelingen op de markt op te vangen. De Europese Commissie gooit dat systeem nu grondig overhoop.
BMW vindt bijvoorbeeld dat het systeem de echte oorzaken van het Europese concurrentieprobleem niet aanpakt. Volgens de constructeur houden de Europese regels geen rekening met de energiekosten, terwijl de productie van batterijen juist erg energie-intensief is. Ook de prijs van grondstoffen, de loonkosten en het risico op handelssancties van huidige partners worden genegeerd. En dat laatste baart zorgen: Duitse constructeurs verkopen veel auto’s in China en vrezen dus mogelijke vergeldingsmaatregelen van Peking.
Dat standpunt wordt echter niet gedeeld door de toeleveranciers (Bosch, Continental, ZF, Magnetti Marelli, Valeo enzovoort). Zij zien in het plan net een kans om opnieuw een grotere rol te spelen in de Europese auto-industrie. Hun marktaandeel is de afgelopen jaren immers sterk gekrompen door de concurrentie uit Azië.
Hoewel de IAA dus een protectionistische reactie op China vormt, is er binnen de sector duidelijk geen unanimiteit. Dat is begrijpelijk. Als je belangrijke factoren in de vergelijking vergeet – zoals energie of grondstoffen – verandert het hele plaatje. Het idee van Made in Europe is uiteraard positief voor de strategische autonomie van Europa én voor de werkgelegenheid. Maar het mag er niet toe leiden dat auto’s die hier worden gebouwd plots veel duurder worden. Dan koopt uiteindelijk niemand ze nog. Gezien het aantal elementen dat voorlopig buiten beschouwing blijft, kan de prijsstijging weleens veel hoger uitvallen dan die 500 euro…
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be