Het Chinese marktaandeel blijft stijgen in Europa (in België bedroeg de groei vorig jaar 63%) en dat ondanks de straftarieven voor de import van elektrische auto’s die in China worden gebouwd. Weliswaar reageerden de Chinese automerken met de gewenste plannen om lokaal te bouwen, maar ze wisselden ook het geweer van schouder en mikten meer op de hybrides die niet aan tarieven gebonden zijn.
De cijfers spreken voor zich. Terwijl de export van Chinese batterij-elektrische wagens naar Europa vorig jaar amper met 12 procent groeide, steeg de invoer van Chinese hybrides met maar liefst 155 procent. Dat contrast maakt overduidelijk dat Chinese autobouwers hun strategie hebben aangepast om de bestaande heffingen te ontwijken. Hybrides vallen voorlopig buiten het huidige tariefregime en blijken plots een aantrekkelijk alternatief.
Groei van 300%
Je zag het ook in de configurator van de merken. BYD heeft zopas nog de plug-inhybride versie van de Atto 2 DM-i gelanceerd en is daarmee het enige merk met een stekkermodel in de categorie van kleine cross-overs. MG, dat met het hoogste straftarief van 35,3% te mken heeft, maar wel het bestverkopende Chinese automerk in Europa is, zag vorig jaar de verkoop van zijn Hybrid+-modellen met 300% stijgen! In sommige maanden vertegenwoordigen Chinese merken al meer dan tien procent van de hybrideverkoop in de EU. In de praktijk groeit de vrees – zeker niet ongegrond – dat Chinese constructeurs simpelweg van technologie wisselen om Europese heffingen te omzeilen.
Advertentie – lees hieronder verder
Europa heeft daarom de debatten geopend om ook hybrides made in China aan hogere douanetarieven te onderwerpen. In tegenstelling tot elektrische auto’s zou deze maatregel geen westerse merken treffen, want deze voeren geen geëlektrificeerde modellen in vanuit de Volksrepubliek.
Interne verdeeldheid
Dat de discussie oplaait, heeft veel te maken met de interne verdeeldheid tussen de EU-landen die de kwestie oproept. Duitsland is nooit een voorstander geweest van de tarievenstrategie, en ook nu weer komt de felste kritiek uit Frankrijk. De vraag waarom hybrides anders behandeld worden dan elektrische auto’s wordt vooral door de Franse eurocommissaris Stéphane Séjourné herhaaldelijk op tafel gelegd. Volgens zijn entourage is het moeilijk te verantwoorden dat voertuigen die onder gelijkaardige productievoorwaarden tot stand komen, niet onder dezelfde beschermingsregels vallen. Europese constructeurs, zo luidt het argument, hebben recht op een gelijk speelveld.
Het debat komt op een bijzonder gevoelig moment. Begin vorige week maakte de Europese Commissie bekend dat ze richtlijnen heeft uitgewerkt voor zogenaamde prijsafspraken als alternatief voor de straftarieven op elektrische auto’s. Chinese autobouwers zouden extra invoertaksen kunnen vermijden door hun elektrische wagens niet onder een samen met Europa vastgelegde minimumprijs te verkopen. Deze verschilt per model en zelfs per uitrusting. Dat is altijd de wens geweest van China, dus sprak Peking van een doorbraak, terwijl ook de Chinese merken opgelucht reageerden. Ook al verdwijnen de tarieven daardoor niet automatisch, want ze blijven juridisch mogelijk, deze wissel wijst op de constructieve dialoog die Europa wil aanhouden. Maar nieuwe tarieven op geëlektrificeerde modellen zouden in Peking zuur worden onthaald. Het aantal betrokken voertuigen wordt dan flink uitgebreid.
Voorlopig blijft het bij overleg en verkennende gesprekken. Maar dat ook hybrides in het vizier komen, toont aan dat de Europese strijd tegen Chinese auto-import allesbehalve voorbij is.
Op zoek naar een auto? Zoek, vind en koop het beste model op Gocar.be