TEST Polestar 2: De kleren maken de man niet

De uitdrukking is hier bijzonder toepasselijk, want de Polestar ziet er heel braaf uit. Te braaf zelfs. Weet echter dat er achter die burgerlijke look een auto schuilt die de belofte van het merk waarmaakt…

TEST Polestar 2: De kleren maken de man niet

Die belofte is het behoud van de fundamentele waarde die Polestar al had voordat het een apart merk werd en dus nog een afdeling van Volvo was, namelijk sportiviteit. Niet zomaar eender welke vorm van sportiviteit dan nog, want de constructeur heeft besloten om een 100% elektrisch merk te wezen, althans vanaf dit nieuwe model. De Polestar 1 coupé, waarvan al 1.500 stuks zijn verkocht, is immers in wezen een plug-in hybride. In dit geval is er van een verbrandingsmotor geen sprake…

Prototype

In België, van de weinige bevoorrechte landen die deel uitmaken van de eerste lanceergolf, zullen de eerste exemplaren van de Polestar 2 in mei van dit jaar worden afgeleverd. De auto die we hier exclusief ontdekken, is geen productversie maar een definitief prototype. Nu de technische kenmerken en instellingen van de berline vastliggen, worden de prototypes in feite gebruikt om de productielijnen te roderen. En te oordelen naar de kleine geluiden die door het passagierscompartiment worden geproduceerd, evenals naar de meerdere waarschuwingslampjes op het dashboard die we moesten negeren, moeten er hier en daar duidelijk nog enkele schroeven worden aangedraaid. Op dit punt op de tijdlijn geen ongewone zaken echter.

Stabiliteit

We ontmoeten de Polestar 2 in Zweden, op een halfuurtje rijden van Göteborg, in het enorme test- en ontwikkelingscentrum van Volvo. In deze tijd van het jaar zou deze streek met een laag van minstens 10 cm sneeuw bedekt moeten zijn. Niets daarvan echter op deze 12 februari 2020. Niet slecht voor de testsessie die ons te wachten staat, al is de grond nog steeds erg nat en is het 4 graden; ook niet bepaald warm dus. De Polestar-crew heeft het trouwens maar over één onderwerp: stabiliteit. Stabiliteit die we op de proef zullen moeten stellen op een “Handling” circuit (sportief gedrag), op een comfortcircuit (het tegenovergestelde) en op een snelheidsring met zogenaamde banking-bochten. Tot zover de briefing, nu de auto zelf…

Gezinsvriendelijk

Eerlijk is eerlijk, zijn uiterlijk mist flair en expressie. Bovendien is de relatie met Volvo maar al te duidelijk, wat te betreuren valt voor een merk dat beweert onafhankelijk te zijn. De Polestar 2 lijkt ook gewoon te veel op een Volvo, maar dan massiever achteraan. Dat gezegd zijnde, heeft de fabrikant ondanks de huidige trends niet voor een SUV gekozen om de coupé in het gamma bij te staan. Goed zo, zeggen wij.

Aan boord verdwijnt het Volvo-gevoel, ondanks het herkenbare stuurwiel, de stijl van de stoelen en enkele bedieningselementen her en der. De omgeving die door het dashboard en de console wordt gecreëerd, is namelijk heel anders. Niet sportiever dan het exterieur, maar goed. Twee volwassenen of drie kinderen zullen zich achterin de Polestar 2 zeer op hun gemak voelen, en voor hun bagage is er plaats genoeg in de ruime koffer. Die slikt 405 liter, en er is ook nog 35 liter beschikbaar volume onder de motorkap. Al blijft zijn multimediasysteem nog het meeste bij. De Polestar 2 is niet voor niets het eerste automodel ter wereld met Android Auto geïntegreerd. Dat staat synoniem voor duidelijke en goed onderverdeelde menu’s, zeer efficiënte spraakcommando’s, topconnectiviteit (ook met alle Google Home-apparatuur in huis), intuïtiviteit… In schril contrast met Volvo’s ingewikkelde multimediasysteem.

Provocerend

De Polestar 2 heeft een elektromotor per as, voor een totaal van 408 pk en 660 Nm. De accu’s hebben een capaciteit van 78 kWh, voor een officieel bereik van gemiddeld 470 km en zelfs 560 km in de stad. Maar zoals daarnet aangegeven, is autonomie niet het onderwerp van de dag, wel de fameuze stabiliteit die we moeten ervaren.

Op het comfortcircuit, dat zijn naam oneer aandoet, merken we in de eerste plaats dat de Polestar zich weet te gedragen. De kalibratie van de ophanging geeft het een opmerkelijk stabiele houding op de slechtste wegen ter wereld, samengesteld in dit testcentrum. Een eindeloze opeenvolging van kuilen, brede holtes aan één kant van de weg, boomwortels onder het asfalt… Als deze Polestar maatregelen moet nemen, doet hij dat zonder de inzittenden te storen, en dit ondanks de Öhlins-sportveren (manueel verstelbaar maar niet gecontroleerd) van het Performance Pack, waar alle eerste geleverde auto’s mee worden uitgerust. Het meest spraakmakende deel van deze baan is een lange, snel hellende bocht, met zowel uitstekende als verzonken putdeksels. Ook hier wijkt slaagt deze Zweed in zijn opdracht.

Even later op de snelheidsring, aan een crimineel hoog tempo uiteraard, zitten we als passagier naast een huispiloot. Die geeft vol gas in een rechte lijn, om plots het stuur agressief naar links te gooien alsof hij overstekend wild probeert te ontwijken. En dan naar rechts. Terug naar links. Zoveel drama, en nog geeft de 2 geen duimbreed toe. Fabelachtig veilig is deze Polestar, en plots lijkt het verwantschap met Volvo zo slecht niet meer.

Eindigen doen we op het handling-circuit. De aandacht wordt nogmaals gevestigd op de stabiliteit van deze auto, in het bijzonder op snelle stukken met een sterk vervormd oppervlak of tijdens het nemen van scherpe bochten. En alweer blinkt de Polestar uit. En da’s niet het enige goede nieuws, want deze elektrische berline is veel minder steriel dan hij lijkt. Je bouwt er snel vertrouwen mee op en na twee rondjes op het circuit waren we er helemaal gerust in om onszelf en de auto tot het absolute uiterste te duwen. Herinner je je nog de hierboven beschreven weersomstandigheden? Had ik je al verteld dat deze testwagens op zomerbanden rijden? Wel, dat absolute uiterste waarvan zonet sprake ligt zeer ver weg.  De elektromotoren doen aan geestverruimend werk door elk wiel zodanig te bedienen dat hij altijd op koers blijft. En als de grenzen dan toch (bijna) zijn bereikt, dan krijg je niet te maken met een interventionistische ESP (alweer een prettig verschil met Volvo) maar wel met een sportieveling die zachtjes zijn achterkant laat drijven. En zelfs dan… blijft alles perfect en gemakkelijk beheersbaar. De ingenieur van dienst zal ons later trouwens nog laten weten dat deze zeer discrete ESP over een sportmodus beschikt…

Om dit plaatje helemaal compleet te krijgen, moet het remsysteem worden aangepast. Want ook al is de elektrische vertraging al vrij aanwezig van zodra je je rechtervoet optilt, het pedaal ontbreekt aan gevoel bij de aanzet ervan. Je moet ver naar beneden duwen om hem echt te voelen remmen, en zelfs dan missen we feedback en daadkracht. Maar afgezien daarvan…

Conclusie

We wisten het zelf al een tijdje, maar aangezien ons lezerspubliek nog steeds sceptici bevatten, zullen we het voor eens en voor altijd nog eens zeggen: ja, een elektrische auto kan in hart en nieren sportief zijn. Proberen is overtuigd worden!