Vandaag zijn deze 12 Franse topmodellen van meer dan 25 jaar oud grotendeels vergeten. Je koopt ze nu voor de prijs van een afgeleefde stadswagen. Al moet je er misschien wel voor naar het buitenland…
1. Citroën CX (1974-1991)
De legendarische Citroën DS opvolgen, was geen eenvoudige opdracht. Toch slaagde de CX daar met glans in, met meer dan een miljoen verkochte exemplaren. Als een echt vliegend tapijt, boordevol Citroën-technologie, biedt hij een rijervaring die je nergens anders vindt.
Voor dit budget moet je realistisch blijven: meestal kom je uit bij basisversies of exemplaren met de 2.0-benzinemotor die al wat gebruikssporen vertonen. Let goed op roest en op de staat van het hydraulische systeem.
Advertentie – lees hieronder verder
2. Citroën XM (1989-2000)
De opvolger van de CX werd getekend door Bertone, maar kende niet hetzelfde succes als zijn voorgangers. Het comfort blijft indrukwekkend dankzij de hydraulische vering, terwijl de Hydractive-ophanging elektronica introduceerde die de demping voortdurend aanpast.
Kies bij voorkeur voor de latere bouwjaren, die betrouwbaarder zijn. De V6 ESL is uitstekend, maar ook duur. Kies daarom liever voor de 2.0, een overtuigende motor
3. Citroën C6 (2005-2012)
Volgens veel Citroën-liefhebbers is dit de “laatste echte Citroën”. Zijn gedurfde design springt nog altijd in het oog. Hij behoudt de hydraulische vering en werd geleverd met V6-benzinemotoren en HDi-diesels. Later kwam daar een zuinigere 2.2 HDi-viercilinder bij.
Voor minder dan 6.000 euro vind je nog exemplaren met een hoge kilometerstand. Hou wel rekening met stevige onderhoudskosten.
4. Renault 25 (1983-1992)
De Renault 25 is een icoon uit de jaren tachtig, met zijn moderne lijn, grote achterklep en typische dashboard uit die periode. De kers op de taart? Een elektronische stem die je waarschuwt zodra je iets vergeet.
De V6 Turbo Injection en de Baccara zijn onbetaalbaar geworden, maar met wat onderhandelen vind je misschien nog een mooie viercilinder. Let wel op: de kunststoffen in het interieur verouderen slecht en ook de elektrische bedrading durft weleens kuren te vertonen.
5. Renault Safrane (1992-2000)
De Renault 25 opvolgen was geen eenvoudige opdracht. Toch doet de Safrane met de beschikbare middelen meer dan behoorlijk zijn best. Hoewel hij vaak verguisd werd, verdient hij het absoluut om herontdekt te worden, want dankzij zijn uitzonderlijke comfort is dit een echte kilometervreter.
Onze favoriet? Een Phase 2 met de heerlijke Volvo-vijfcilinder van 2,5 liter. Binnen dit budget vind je nog een mooi exemplaar. Kies bij voorkeur voor een manuele versnellingsbak.
6. Renault 30 V6 (1975-1984)
Renaults eerste echte luxemodel na de Tweede Wereldoorlog viel op door zijn praktische achterklep en voorwielaandrijving. Onder de motorkap ligt de PRV-V6, die het geheel de nodige allure geeft. Er was ook een minder verfijnde turbodiesel verkrijgbaar.
Hij is nooit echt populair geworden, waardoor hij vandaag een interessante keuze is. Hou er wel rekening mee dat mooie exemplaren schaars zijn en sommige onderdelen moeilijk te vinden zijn. Controleer ook zorgvuldig op roest.
7. Renault Vel Satis (2001-2009)
Wat een buitenbeentje. De Vel Satis werd vaak bespot, niet alleen door critici maar ook door de autopers. Toch verdient hij beter dan zijn reputatie. Wil je weten waarom? Neem dan plaats… op de achterbank.
Onder de motorkap vind je het beste wat Renault toen te bieden had, waaronder een 3,5 liter V6 van Nissan. Die laatste is wel allesbehalve zuinig.
8. Peugeot 505 (1979-1992)
De laatste grote Peugeot met achterwielaandrijving en een door Pininfarina getekende scherpe neus. Daarmee viseerde hij duidelijk de concurrentie uit München. Ook het comfort is verrassend goed.
Binnen dit budget vallen de schitterende Turbo Injection- en V6 Injection-versies buiten bereik, maar een nette viercilinder is perfect haalbaar. Goed nieuws: hoewel hij gevoelig blijft voor roest, is hij bijzonder robuust.
9. Peugeot 604 (1975-1985)
Een uiterst statige verschijning met de uitstraling van een presidentiële limousine. Deze grote achterwielaandrijver kon uitgerust worden met de dorstige PRV-V6, wat zijn carrière midden in de oliecrisis geen goed deed.
Het budget is krap voor een echt mooi exemplaar, maar met wat geluk en onderhandeling vind je nog een rijdende auto. De diesel is minder aantrekkelijk.
10. Peugeot 605 (1989-1999)
Onterecht genegeerd omdat hij te veel op de 405 leek. Toch schuilt onder zijn koetswerk een van de beste onderstellen van zijn tijd. Vandaag koop je hem voor een prikje, maar vermijd de eerste bouwjaren (vóór 1994), die berucht zijn om hun elektrische problemen.
Met dit budget moet een mooi exemplaar haalbaar zijn, al beginnen de V6-versies intussen flink in waarde te stijgen.
11. Peugeot 607 (1999-2010)
De 607 bleef lang in productie, maar commercieel werd hij nooit een succes. Vandaag zie je hem nauwelijks nog op de weg, terwijl hij een uitstekende reiswagen blijft met een bijzonder wendbaar rijgedrag, zeker in de eerste generatie.
Het budget volstaat ruimschoots voor een degelijke V6. Let wel op de soms grillige multiplex-elektronica.
12. Talbot Tagora (1980-1983)
Veruit de minst bekende auto uit deze lijst en dat is jammer. Hij flopte destijds spectaculair, maar onder de motorkap lag opnieuw de PRV-V6, hier goed voor een pittige 165 pk. Absoluut een model dat een tweede kans verdient.
Een mooi exemplaar vinden wordt een flinke uitdaging. Specifieke onderdelen opsporen is nóg moeilijker.
Vind je toekomstige oldtimer op Autoclassic.be.
Een vraag over oldtimers? Neem contact op met BEHVA
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief