Triumph TR5: antieke techniek, geleidelijk gemoderniseerd
Deze twee modellen zijn een evolutie van een bestaand model. Om de Triumph TR5 te leren kennen, moeten we terug naar de TR4, die zelf een grondige esthetische evolutie van de TR3 is… En de TR3 is niets meer dan een kleine facelift van de TR2. Kortom, de TR5 kwam in 1967 op de markt, maar zijn techniek gaat feitelijk terug tot 1953. Uiteraard veranderde er onderweg heel wat: de vier wielen zijn onafhankelijk opgehangen, het koetswerk omsluit de inzittenden beter, de kap is veel eenvoudiger te bedienen en vooral: de viercilinder maakte plaats voor een 2.5 zes-in-lijn. Met een Lucas-injectie die zich in de autosport al bewezen had, levert hij 150 pk aan de achterwielen via een handgeschakelde vierversnellingsbak met een optionele overdrive, die drie extra versnellingen opleverde.
Advertentie – lees hieronder verder
Goed om te weten: in de Verenigde Staten werd een duidelijk minder krachtige versie met carburateurs aangeboden, de TR250. Daarvan werden er veel meer gebouwd, bijna 9.000 exemplaren, tegenover minder dan 3.000 TR5’s, waarvan de carrière amper iets langer dan een jaar duurde.
Mercedes 250 SL Pagode: helemaal bij de tijd
In 1963 vervangt Mercedes zowel de 190 SL als de grote 300 SL door één model dat tussen beide schoonheden in zit. Zo ontstaat de 230 SL, die vanwege de vorm van zijn hardtop de Pagode wordt genoemd. Mercedes laat niets aan het toeval over: een zelfdragend koetswerk, een zescilinder met injectie en een brede waaier aan opties, waaronder een viertrapsautomaat, die destijds erg populair was. In 1966 evolueert het model tot de 250 SL. Door de cilinderinhoud van 2,3 naar 2,5 liter te vergroten, wint de Pagode niet aan vermogen, maar wel aan koppel. Tegelijk evolueert de achteras en krijgt hij schijfremmen. Het model blijft zeldzaam, want eind 1967 wordt hij al vervangen door de 280 SL.
Stijl en interieur: voordeel Mercedes
De TR5, getekend door Michelotti, neemt de stijl van zijn voorganger over. De rondingen zijn royaal en gespierd, de bult op de motorkap geeft hem karakter en de spaakwielen passen hem als gegoten. Binnenin is het houten dashboard met zijn kleine meters een lust voor het oog. Maar de jaren zeventig naderen en hier en daar duikt kunststof op. Qua bouw- en afwerkingskwaliteit staat hij mijlenver van de Mercedes, al speelt, zoals zo vaak, de kwaliteit van de restauratie een cruciale rol…
Terwijl de Engelsman zijn ontwerp aan een Italiaan dankt, nam een Fransman de Duitser voor zijn rekening. Paul Bracq tekende een meesterwerk van classicisme, met lijnen die voor die tijd bijzonder modern en opvallend sober zijn. De afwerking en materiaalkeuze zijn echt indrukwekkend, zelfs vandaag nog. Voordeel Mercedes dus, maar eerder door de kwaliteit van het geheel dan door de algemene stijl…
Sportiviteit: voordeel Triumph
Twee zes-in-lijnmotoren met injectie, die 150 pk naar de achterwielen sturen. Denk je dat ze hetzelfde aanvoelen? Helemaal niet! De Triumph-motor is duidelijk de meest rustieke en expressieve van de twee. Hij zit bij elk toerental goed in zijn kracht en laat luid en duidelijk horen hoeveel levenslust hij heeft. Hij nodigt je dan ook voortdurend uit om hem in de toeren te jagen, temeer omdat de prestaties er absoluut zijn. Destijds had je een 911 nodig om een TR5 bij te houden. Het weggedrag is niet echt gepolijst: op oneffenheden kraakt en bonkt het, de bediening vraagt spierkracht en als de neus wat zwaar aanvoelt, kun je met het gaspedaal spelen om het geheel in balans te brengen. Verfijnd is het allerminst, maar wat is het leuk!
De Mercedes is, zoals je wellicht verwacht, het tegenovergestelde. Oneindig veel zachter, maar hij straalt niet dezelfde levenslust uit. De 150 paarden lijken hier wat schuchterder. De oorzaak? De 300 kg extra, terwijl de TR5 zelf maar net meer dan een ton weegt. Laat je door die eerste indruk echter niet teleurstellen: jaag hem hoger in de toeren en de Mercedes-zescilinder laat een prachtige metalen klank horen. De 250 SL is duidelijk op comfort gericht en communiceert minder met zijn bestuurder. Nog één punt: in de regen moet je bij allebei je enthousiasme temperen.
Voor een weekendje weg: voordeel Mercedes
Zachter, beter geïsoleerd en erg ruim: de Mercedes wint hier duidelijk. Toch verweert de Triumph zich meer dan behoorlijk, met een zeer vergevingsgezinde demping en een koffer die groot genoeg is voor een romantisch weekend. Alleen zullen het gegrom van de zescilinder en de rijpositie je sneller vermoeien.
Betrouwbaarheid en onderhoud: gelijkspel
Het cliché van de onverwoestbare Mercedes en de kwetsbare Engelsman? Wel, niet echt. De Lucas-injectie van de Engelsman boezemt angst in, maar onterecht. Als hij goed afgesteld en geüpgraded is met een moderne benzinepomp, en regelmatig gebruikt wordt, werkt hij naar behoren. Alle onderdelen zijn probleemloos verkrijgbaar en tegen interessante prijzen. Een zwak punt? Het achterste deel van het chassis, dat kan scheuren.
Bij de Duitser krijgt de reputatie van betrouwbaarheid een kleine knauw met deze 250 SL, waarvan de motor bekendstaat als de kwetsbaarste van de hele Pagode-reeks. Voor de rest is hij stevig en degelijk gebouwd. Ook hier zijn onderdelen verkrijgbaar, maar van de prijzen krijg je hoogtevrees. En bij allebei blijft corrosie je grootste vijand.
Budget: voordeel Triumph
De TR5 is de meest gegeerde Triumph en tegelijk een van de zeldzaamste: hij werd iets meer dan een jaar gebouwd, in minder dan 3.000 exemplaren. Dat verklaart waarom hij dubbel zoveel waard is als een technisch sterk verwante TR6: 45.000 tot 60.000 euro voor een mooi exemplaar.
Net als de Engelsman was ook de Mercedes 250 SL een komeet: iets meer dan 5.000 exemplaren gebouwd in iets meer dan een jaar. Toch is hij niet de meest gegeerde SL Pagode. Reken wel op bijna het dubbele van de prijs van een TR5: vanaf 70.000 euro! En nog flink meer als het exemplaar uitgerust is met de uiterst zeldzame handgeschakelde ZF-vijfversnellingsbak. Let wel op exemplaren uit Californië, die vaak goedkoper zijn omdat ze… geen stoffen kap hebben.
Conclusie: voordeel Triumph
Veel zeldzamer, duidelijk goedkoper en leuker om mee te rijden: de TR5 is te sexy om niet te winnen. De Pagode blijft echter bijzonder verleidelijk en past veel beter bij wie een prachtig gebouwde cabriolet zoekt die gemaakt is voor lange afstanden. Maar daar hangt wel een prijskaartje aan.
Toch is er bij deze twee zeldzaamheden een belangrijke nuance: binnen het Triumph-universum is de TR5 niet alleen begeerlijk omdat hij zeldzaam is. We houden ervan omdat hij het beste van de stijl van de jaren zestig combineert met de power van de jaren zeventig. De 250 SL profiteert dan weer niet van zijn zeldzaamheid om begeerlijker te worden: vaak gaat de voorkeur naar de 230 SL die eraan voorafging en als levendiger geldt, en vooral naar de 280 SL die hem opvolgde en veel volwassener en krachtiger is. Zeker omdat de bijzonder stijlvolle lijn grotendeels ongewijzigd blijft.
Vind je volgende oldtimer op Autoclassic.be
Een vraag over oldtimers? Neem contact op met BEHVA
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief