Het cijfer is verrassend: 18% van de Nederlandse automobilisten zegt niet langer te kunnen parkeren zonder de hulp van een achteruitrijcamera of parkeersensoren. Dat is bijna één op de vijf. De studie werd in mei 2026 uitgevoerd door Markteffect in opdracht van Marktplaats bij duizend bestuurders. Officieel heeft ze alleen betrekking op Nederland. Maar de gedragingen die ze beschrijft, stoppen natuurlijk niet aan de grens.
Onzichtbaar hulpmiddel
Auto’s zijn groter geworden, dat staat vast. Een Volkswagen Golf is vandaag even groot als een Passat uit de jaren negentig en weegt ook meer. SUV’s domineren vandaag parkeerplaatsen die ontworpen werden voor berlines uit een ander tijdperk. Die groeiende kloof tussen grotere auto’s en parkeerplaatsen die even klein gebleven zijn, werd opgevangen door parkeersystemen. Piepjes, camera’s, hulplijnen op het scherm of automatische parkeersystemen: ze maken manoeuvreren mogelijk én minder stressvol. Toch blijft parkeren voor 32% van de ondervraagden een bron van frustratie wanneer het niet lukt. Nog opvallender: 19% geeft toe twee parkeerplaatsen in te nemen om het manoeuvre te vermijden. Daar ligt de grens van deze systemen: ze helpen, maar vervangen de vaardigheid niet. Bestuurders onderhouden die vaardigheid niet langer omdat ze dachten die niet meer nodig te hebben. Een vergissing.
Advertentie – lees hieronder verder
Niet alleen bij parkeren
Volgens het onderzoek beperkt die afhankelijkheid zich niet tot manoeuvres aan lage snelheid. De studie toont duidelijk aan dat 35% van de ondervraagde bestuurders vertrouwt op rijhulpsystemen terwijl ze rijden. Het gaat dan om rijstrookassistentie, adaptieve cruisecontrol of obstakeldetectie. Nog opvallender: 17% vertrouwt meer op het automatische noodremsysteem dan op de eigen reflexen. Dat verschil blijkt sterk generatiegebonden. Bij de 18- tot 30-jarigen laat 31% het remmen mentaal over aan de machine. Bij 65-plussers zakt dat cijfer tot 5%. We spreken dus niet over een geleidelijke evolutie, maar over een breuk tussen twee manieren om naar autorijden te kijken. De studie wijst ook op een ander opvallend gegeven: 37% van de ondervraagden ergert zich aan de geluidssignalen van deze systemen en 30% schakelt ze uit zodra dat mogelijk is. Toch vindt 47% ze doorslaggevend bij de aankoop van een auto. Een paradox dus: kopers willen veiligheid, maar verdragen moeilijk de geluidshinder die ermee gepaard gaat.
Het assistentsyndroom
Deze studie komt eigenlijk niet als een verrassing. Dit fenomeen van geleidelijke afhankelijkheid beperkt zich niet tot de auto. Door smartphones onthouden we geen telefoonnummers meer en zonder gps vinden we vaak onze weg niet meer. Consumenten laten steeds meer taken over aan algoritmes. Generatieve AI zet die beweging waarschijnlijk verder: waarom zelf zoeken, analyseren of schrijven als een hulpmiddel dat in drie seconden doet?
De auto ontsnapt uiteraard niet aan die logica. Hoe beter de assistent wordt, hoe minder we de vaardigheid onderhouden die hij vervangt. Dat is geen kritiek op ADAS-systemen, want die redden ook levens. Maar het feit blijft: wie voortdurend geholpen wordt, verleert het uiteindelijk.
En in België?
Een Belgische versie van deze Nederlandse studie bestaat niet. Maar een rapport van VIAS uit 2025 werpt een interessant licht op de zaak: één Belgische bestuurder op de drie heeft moeite om te zeggen wat de rijhulpsystemen in zijn eigen auto precies doen. Nochtans zijn automatische noodremhulp, rijstrookwaarschuwing en intelligente snelheidsaanpassing sinds juli 2024 verplicht op alle nieuwe voertuigen in Europa. Toch weet een groot deel van de Belgen niet waarvoor die systemen dienen, hoe ze werken of waar hun beperkingen liggen. Maar ook dat is niet uitsluitend een autoprobleem…
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief