Elke rechtgeaarde autoliefhebber is er al eens geweest of heeft het minstens op zijn ‘te doen’-lijstje staan: een bezoek aan het Festival of Speed in het Zuid-Engelse Goodwood. Georganiseerd op het domein van een hertog en daardoor ietswat aristocratisch, maar opmerkelijk genoeg tegelijk ook zeer toegankelijk voor het grote publiek.
Het geheim: actie. Anders dan op een autosalon hoef je je niet op beursstanden tussen de auto’s te wurmen, als je er al bij mag. Hier kies je een plek en zie, hoor en voel je de auto’s voorbij komen tijdens de traditionele heuvelklim.
De selectie is vooral beperkt tot sportief materiaal, maar zowat elke autobouwer heeft wel iets om te tonen, is het niet uit het huidige en toekomstige aanbod, dan wel uit de historische collectie. Om te zwijgen van de prototypes en de verzamelaarsauto’s die de kasteelweg op stuiven.
Advertentie – lees hieronder verder
Premières en onthullingen
Meer en meer grijpt de industrie dit gebeuren dan ook aan om nieuwigheden te etaleren.
Zo zal Alpine er de nieuwe en elektrische A110 tonen. Nog niet in vol ornaat, maar in een camouflagepak dat niet alle details, maar wel de contouren toont. Toyota brengt dan weer de GR GT-supersportwagen mee, en toont meteen ook de definitieve versie van de GT3-competitievariant.
Bentley toont er de nieuwe Supersports-versie van de Continental, terwijl zustermerk Lamborghini er het doek trekt van een krachtigere variant van zijn Urus-SUV. Mercedes-AMG gaat eveneens een nieuw sportief model laten zien, maar welk is nog niet bekend.
De grootste salonstand zal die van BYD zijn, de Chinese fabrikant van elektrische auto’s. Zij onthullen er de Z Coupé van het sportieve dochtermerk Denza, het nieuwe topmodel van het gamma, goed voor zo’n 1.500 pk. De landgenoten van MG brengen conceptversies van een nieuwe elektrische stadswagen en van een niet nader gedefinieerd sportiever model.
Lokale speler GMA, het sportwagenbedrijf van de legendarische ontwerper Gordon Murray, zal er staan met een dakloze versie van de T.33, en ook de S1 LM, een rijdende hommage aan de McLaren F1 van de jaren 90, destijds een ontwerp van Murray. Ze bouwen 5 stuks en die zijn allemaal verkocht aan dezelfde klant.
De lijst is verre van compleet, want nagenoeg elke autobouwer is op een bepaalde manier aanwezig op het Festival of Speed. En er zijn er ongetwijfeld bij die nog een verrassing uit de mouw schudden.
Honderdduizenden bezoekers
Met liefst 150.000 bezoekers per dag, gedurende 4 opeenvolgende dagen, trekt het Festival of Speed minstens zo veel bezoekers als de laatste overblijvende autosalons. Dat van Brussel lokte in januari bijvoorbeeld een kleine 350.000 mensen, maar wel gespreid over 10 dagen.
Het entreegeld ligt bovendien veel hoger, met een minimumprijs van 78 Pond (90 euro). Het toont aan dat er meer dan ooit interesse blijft voor evenementen als deze, en dat de combinatie van nieuwigheden, nostalgie en zorgvuldig uitgekozen jaarlijkse thema’s raak is. Niet enkel kan je auto’s zien rijden en beursstanden bezoeken, maar er is ook een speciaal rallyparcours waar oude en nieuwe rallywagens demonstraties doen, er zijn handtekeningensessies en ontmoetingen allerhande, en je kan ook zo bij de meest exclusiefste auto’s en hun eigenaars, in een typisch Engelse gemoedelijke sfeer.
Is er ook in continentaal Europa plaats voor een vergelijkbaar liefhebbersevenement? Recente voorbeelden als de 24 uren-races van Le Mans, Spa en de Nürburgring, die elk hun hoogste aantal bezoekers van deze eeuw telden, tonen in elk geval aan dat dergelijke samenkomsten, waar vaak ook nieuwe productiemodellen worden getoond, in elk geval een groot potentieel hebben. De vraag is vooral of er nog een plaatsje vrij is op de kalender, en of de Europese fabrikanten er nog wat extra budget voor veil hebben op een kabbelende automarkt.
Duizenden Belgische bestuurders volgen Gocar om op de hoogte te blijven en om de beste wagendeals te ontdekken. U toch ook? Blijf op de hoogte:
- Bezoek gocar.be regelmatig
- Volg Gocar op Google Nieuws
- Abonneer op de Gocar-nieuwsbrief