Auto-industrie

Auto’s onder de 10.000 euro verdwijnen

Lange tijd waren ze een grote commerciële troef, maar nu zijn de kleine auto’s onder de 10.000 euro bijna volledig verdwenen uit het aanbod van de constructeurs. De reden? Ze zijn niet meer winstgevend genoeg.

Geschreven door David Leclercq | 13/05/2022

Nog niet zo lang geleden vochten de automerken bijna om ‘budgetvoertuigen’ aan te bieden. We herinneren ons inderdaad dat de Citroën C3, Fiat 500, Peugeot 206, Renault Clio minder dan 10.000 euro kostten. Sommige constructeurs deden het een paar jaar geleden nog beter dankzij de CO2-premies, die de aanschafprijs van de uitstekende Suzuki Alto en Nissan Pixo zelfs verlaagden tot minder dan 6.000 euro.

Wel die tijd is echt voorbij. Sinds een paar maanden stijgen de autoprijzen waanzinnig snel. Dit is natuurlijk te wijten aan covid en het daaropvolgende te sterke economische herstel dat heeft geleid tot tekorten aan componenten en aanzienlijke verstoringen in toeleveringsketens. Deze situatie zal nog even blijven duren. Als gevolg hiervan zijn nieuwe auto’s schaars en gegeerd geworden, waardoor de prijzen natuurlijk de hoogte ingingen.

Advertentie

Nieuwe strategie

Les voitures de moins de 10.000 euros disparaissent

In deze context is het produceren van goedkope, populaire auto’s (waarop de marges al niet enorm zijn in tegenstelling tot grote voertuigen) onrendabel geworden voor de automerken, die daarom hebben besloten hun koers te wijzigen. Inderdaad, in een context van schaarste aan onder meer halfgeleiders kiezen ze voor de bouw van auto’s met een hogere marge met het oog op hun winstgevendheid en financiële resultaten. En in dat verhaal hebben goedkope autootjes dus geen bestaansrecht meer.

Intussen zijn ze bijna uit de catalogi verdwenen: een Citroën C3 kost minstens 14.000 euro, een Fiat 500 15.000 euro, een Fiat Panda bijna 13.000 euro net als een Kia Picanto, een Hyundai i10 koop je voor 14.000 euro, een Twingo voor bijna 15.000 euro en een Skoda Fabia – toch de prijzenkraker bij uitstek – gaat pas de deur uit voor 17.000 euro. En zo is het ook bij Toyota, dat net zijn Aygo X (15.000 euro) heeft geherpositioneerd.

Idem zelfs bij Dacia: de Sandero (14.090 euro) is niet langer de goedkoopste auto in het gamma, dat is nu de Lodgy monovolume die als (financieel) basismodel fungeert met een prijs van 13.790 euro.

De prijsstijging is dus zeer reëel en werd versterkt door de crisis, omdat de kortingen de laatste weken, of zelfs tijdens de salons, niet meer werden gegeven. De prijzen voor middelgrote neuwe auto’s (segment Citroën C3) lagen de afgelopen 4 maanden 10% hoger. De inflatie houdt dus aan, maar we verbreken nu records. In 2018 werd de Golf 7 nog aangeboden voor 18.000 euro, terwijl je nu 24.000 euro moet betalen voor de aankoop van een Golf 8. Een verhoging van … 30%!

Les voitures de moins de 10.000 euros disparaissent

De vraag of de auto weldra nog enkel voor de rijken betaalbaar zal zijn, is bijna een evidentie. Deze situatie wordt verder versterkt door de verplichte overgang naar de elektrische auto die extra financiële inspanningen vereist, aangezien deze technologie momenteel nog steeds veel duurder is dan die van verbrandingsmotoren.

In ieder geval leidt de huidige situatie duidelijk tot een verkrapping van het aanbod. Het verdwijnen van betaalbare kleine auto’s en dus het concept van de auto voor iedereen is een realiteit die waarschijnlijk definitief verdwijnt.

Deel dit artikel

Lees meer over

Nieuwsbrief

Of het nu gaat om het laatste autonieuws of actuele mobiliteitsonderwerpen.

Anderen bekeken ook